Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Beleidsregels Wet taaleis gemeente Stadskanaal 2016 » 30-03-2016

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Beleidsregels Wet taaleis gemeente Stadskanaal 2016

Deze regeling is in werking getreden op 30-03-2016.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Beleidsregels Wet taaleis 2016 betreffende de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
Citeertitel Beleidsregels Wet taaleis gemeente Stadskanaal 2016
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Participatiewet, art. 18b externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
30-03-2016 01-01-2016 nieuwe regeling 02-02-2016
Gemeenteblad, nr. 36545, 29-03-2016 externe site
BW, 2-2-2016, nr. 5

Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;

gelet op het bepaalde in de artikelen 10.1 externe site, 4.81 externe site en 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht externe site;

gelet op het bepaalde in de artikelen 7 externe site, 8a externe site, 10 externe site en 18b van de Participatiewet externe site;

gelet op het bepaalde in de artikelen 34 externe site, 35 externe site en 36 van de IOWA externe site [bedoeld wordt IOAW] en IOAZexterne site;

overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de Wet taaleis om de participatiekansen van bijstandsgerechtigden op de arbeidsmarkt te vergroten

besluiten:

vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels Wet taaleis 2016 betreffende de Participatiewet externe site, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers externe site (IOAW externe site) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen externe site (IOAZ externe site).

Wettelijke grondslagen waarop de beleidsregels zijn gebaseerd

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 2. Aantonen kennis Nederlandse taal

  • 1. Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) ten minste acht jaar in Nederland heeft gewoond, kan ervan uitgegaan worden dat door belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs is gevolgd.
  • 2. Met rapporten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen toont belanghebbende het volgen van Nederlandstalig onderwijs aan (zowel basis- als voortgezet/beroepsonderwijs). Dat kan ook particulier of Nederlandstalig onderwijs in het buitenland zijn. Voorbeelden staan in de toelichting.
  • 3. Een diploma inburgering of gelijkwaardig geldt als bewijs dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst en aan de taaleis voldoet. De betreffende documenten staan in de toelichting.

Artikel 3. Taaltoets

Voor de taaltoets wordt gebruikgemaakt van de landelijk erkende TOA-toets, die wordt afgenomen door het ROC Noorderpoort.

Artikel 4. Geen taaltoets

  • 1. Wanneer er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Zie hiervoor verder artikel 8.
  • 2. Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst.
  • 3. Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren de belanghebbende niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden.
  • 4. Belanghebbenden die een uitkering hadden in een andere gemeente en in die gemeente al een toets hebben afgelegd. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid bieden over de actuele taalvaardigheid.
  • 5. Uit zijn aard kortdurende bijstand. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij op handen zijnde emigratie of bij een ongeneeslijke terminale ziekte.

Artikel 5. Kennisgeving en (geen) bereidverklaring

Is de uitkomst van de toets dat de belanghebbende niet aan de taaleis voldoet, dan wordt de volgende procedure gevolgd:

  • 1. Belanghebbende krijgt een gesprek waarin de uitslag van de toets wordt besproken. In gezamenlijkheid wordt een taaltraject als onderdeel van de re-integratie afgesproken.
  • 2. Wanneer belanghebbende akkoord gaat met het taaltraject, ondertekent hij hiervoor het plan van aanpak.[1] Dit is de bereidverklaring om te starten met het leertraject met als doel kennis van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F.
  • 3. Wanneer belanghebbende niet akkoord gaat met het taaltraject, wordt de bijstand verlaagd op grond van artikel 18b van de Participatiewet externe site.
  • 4. Belanghebbende ontvangt binnen acht weken na het afleggen van de taaltoets de kennisgeving met de uitslag van de taaltoets.

Artikel 6. Aanbod taaltraject

Belanghebbende stemt in gezamenlijkheid met het college een taaltraject af passend in het re-integratietraject dat is/wordt vastgelegd in het plan van perspectief.

Artikel 7. Het volgen van de voortgang van het taaltraject als onderdeel van re-integratie

In het plan van perspectief wordt het niveau van de Nederlandse taal van betrokkene vastgelegd en de instrumenten die in gezamenlijkheid zijn vastgesteld om de Nederlandse taal te verbeteren. Indien mogelijk, wordt hier een termijn aan gekoppeld. De taalafspraken in het plan van perspectief vormen de uitgangspunten voor de beoordeling van de inspanningen van belanghebbende.

Afhankelijk van het taalinstrument dat wordt ingezet, dient het college de voortgang te monitoren. Indien er gebruik wordt gemaakt van instrumenten die voortkomen uit de Wet Educatie, kan het college voortgangsrapportages opvragen bij ROC het Noorderpoort.

Op basis van de voortgangsrapportages wordt belanghebbende maximaal halfjaarlijks gemonitord en zo nodig gesproken. Als uit de aanwezigheidsrapportages blijkt dat belanghebbende regelmatig afwezig is, wordt er eerder met belanghebbende gesproken.

Artikel 8. Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid

Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt als er:

  • 1. Een ontheffing is in het kader van de Wet inburgering externe site.
  • 2. Sprake is van een gediagnosticeerd leerprobleem.
  • 3. Diverse malen een taalcursus gevolgd is en door de educatie-instelling vastgesteld is dat door in de persoon gelegen factoren de belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden.
  • 4. Volledige ontheffing van de arbeidsplicht of een gedeeltelijke ontheffing is op grond van psychische, fysieke of sociale problematiek.

Artikel 9. Relatie met de Wet inburgering

Wanneer belanghebbende begonnen is met een leertraject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden aangemerkt als "voldoende inspanning" van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet taaleis.

Artikel 10. Relatie met de Wet educatie

Wanneer belanghebbende voor de ingangsdatum van de Wet taaleis externe site begonnen is met een taaltraject in het kader van de Wet educatie en dit traject loopt nog bij het ROC Noorderpoort, dan kan dit aangemerkt worden als "voldoende inspanning" van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet taaleis externe site.

Artikel 11. Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien

Betreffende de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking één dag na bekendmaking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016.
  • 2. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als "Beleidsregels Wet taaleis gemeente Stadskanaal 2016".

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 2 februari 2016.

Burgemeester en wethouders

de heer G.J. van der Zanden mevrouw B.A.H. Galama

secretaris burgemeester


voetnoot[1]

Conform artikel 44a Participatiewet, in de regio ook wel Plan van Perspectief genoemd.

Terug naar de verwijzing naar voetnoot [1] in de tekst
Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven