Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013 » 01-01-2013

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013

Deze regeling is in werking getreden op 01-01-2013.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013
Citeertitel Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Huisvestingswet, artikel 88 externe site
  2. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stadskanaal 2008, artikel 5.3.2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2013 nieuwe regeling 09-10-2012
De Kanaalstreek, 17-10-2012
BW, 09-10-2012,

Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels op te stellen met betrekking tot het hebben van een ligplaats voor vaartuigen, alsmede voor het gebruik van vaartuigen op grond van artikel 5.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stadskanaal 2008;

besluiten:

gelet op artikel 88 van de Huisvestingswet externe site en artikel 5.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stadskanaal 2008;

vast te stellen de navolgende: Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013.

Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

A. Woonschip:
een vaartuig, dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of als woning is bestemd.
B. Overig vaartuig:
een vaartuig niet zijnde een woonschip.
C. Rechthebbende:
degene die de beschikking heeft over een vaartuig krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, of daarover enige feitelijke macht uitoefent.
D. Woonschepenlocatie:
een gedeelte van openbaar water, bestemd tot ligplaats voor woonschepen.
E. Ligplaatsenkaart:
de kaart, opgenomen in Bijlage 1, kaart A, B en C, waarop de woonschepenlocaties zijn aangegeven met het maximaal aantal toegestane woonschepen per locatie.
F. College:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal.
G. Raad:
de gemeenteraad van de gemeente Stadskanaal.
H. Duurzaam samenwonen:
huishouden waarbij samen met een ander meerderjarig persoon het hoofdverblijf hetzelfde woonschip betreft en er financieel voor elkaar wordt gezorgd.

Artikel 2 Ligplaatsen

  • 1. Het is verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben:
    • a. buiten de woonschepenlocaties Oosterkade I, Oosterkade II en A-kade, zoals aangegeven op de ligplaatsenkaart (Bijlage 1, kaart A, B en C);
    • b. op een woonschepenlocatie zonder of in afwijking van een ligplaatsvergunning.
  • 2. Het is verboden met een overig vaartuig ligplaats in te nemen of te hebben op de woonschepenlocaties of binnen een afstand van 25m van de woonschepenlocaties, met uitzondering van maximaal één open bootje of een vlot met een maximale lengte van 4 meter per woonschip voor het onderhoud aan het woonschip.

Woonschepen

Artikel 3 Ligplaatsvergunning

  • 1. Aanvragen voor een ligplaatsvergunning worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ingediend, wordt de volgorde bepaald op basis van loting.
  • 2. Voor het indienen van een aanvraag voor een ligplaatsvergunning, geldt het bepaalde in artikel 4.
  • 3. Op de aanvraag van een ligplaatsvergunning wordt positief beslist, tenzij tenminste één van de volgende situaties zich voordoet:
    • a. op de woonschepenlocaties is geen ligplaats beschikbaar;
    • b. de verzoeker is geen rechthebbende;
    • c. het woonschip voldoet niet aan de in artikel 5 genoemde eisen;
    • d. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat het woonschip niet uitsluitend of in hoofdzaak gebruikt zal worden voor bewoning;
    • e. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat niet voldaan zal worden aan de bij of krachtens deze nadere regels gegeven voorschriften.
  • 4. De vergunning komt op naam van de aanvrager. Op verzoek kan de vergunning mede op naam worden gesteld van de op het woonschip duurzaam met aanvrager samenwonende meerderjarige personen.
  • 5. De vergunning vermeldt het ligplaatsnummer, alsook het eventuele registratienummer van het woonschip.
  • 6. Voor het verbouwen of vergroten van een woonschip of het vervangen van een woonschip door een ander woonschip is schriftelijke toestemming nodig van het college.

Artikel 4 Het indienen van een aanvraag Ligplaatsenvergunning

  • 1. De aanvraag wordt ingediend door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier.
  • 2. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend door een meerderjarige rechthebbende.
  • 3. Bij de aanvraag worden ingediend:
    • a. twee actuele kleurenfoto's (niet ouder dan één maand) van het woonschip: één schuin vanaf de voorkant van de stuur- of bakboordzijde, één schuin vanaf de achterkant van de andere zijde;
    • b. een bewijs van verzekering van het woonschip met betrekking tot risicodekking voor minimaal wrak- en opruimingswerk;
    • c. een uittreksel van de inschrijving van het woonschip in de Openbare Registers bij het Kadaster, indien het een teboekgesteld woonschip betreft;
    • d. een bewijs van recht op het woonschip, bijvoorbeeld een koopovereenkomst.

Artikel 5 Eisen aan woonschepen

  • 1. Het woonschip dient te voldoen aan de volgende afmetingen:
    • a. in de lengte minimaal 15 meter en maximaal 26 meter; voor nieuwe situaties geldt maximaal 23 meter;
    • b. in de breedte maximaal 5 meter;
    • c. in de hoogte maximaal 4,5 meter boven de waterlijn, tenzij het aanzien van de gemeente of andere omstandigheden plaatselijk een geringere maat noodzakelijk maken.
    • De hier genoemde maten worden uitwendig gemeten, daar waar zij het grootst zijn, met dien verstande dat masten, ra's en schoorsteenpijpen bij een meting buiten beschouwing blijven.
  • 2. In het kader van de veiligheid en de volksgezondheid dient te worden voldaan aan de volgende eisen:
    • a. het woonschip dient op een deugdelijke wijze te zijn afgemeerd;
    • b. de afstand van een woonschip ten opzichte van een belendend woonschip dient minimaal 2 meter te bedragen;
    • c. het woonschip dient op een deugdelijke wijze vanaf de wal bereikbaar te zijn. Indien het woonschip slechts door middel van een loopplank kan worden bereikt, dient deze minimaal 55 centimeter en maximaal 100 centimeter breed te zijn, en te zijn voorzien van een (gesloten) leuning;
    • d. het woonschip dient lekvrij en waterdicht te zijn;
    • e. de constructie van het woonschip dient voldoende sterkte, stabiliteit en stijfheid te hebben;
    • f. het woonschip moet gereed zijn voor aansluiting op de gemeentelijke vuilwaterriolering; alle hiervoor benodigde technische voorzieningen moeten zijn aangebracht;
    • g. een olievoorraadtank dient van een overdekte lekbak te zijn voorzien;
    • h. het woonschip dient te voldoen aan de Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010;
    • i. het woonschip dient te zijn verzekerd met risicodekking voor minimaal wrak- en opruimingswerk.
  • 3. Het woonschip dient geschikt te zijn voor bewoning.
  • 4. Het woonschip dient zowel op zichzelf, als in relatie tot de directe omgeving waarin het zich bevindt, te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Hierbij zijn in ieder geval de volgende welstandscriteria van toepassing:
    • a. op de locatie Oosterkade II zijn uitsluitend woonschepen toegestaan, die wat betreft vorm en uiterlijk het karakter hebben van een historisch bedrijfsvaartuig zoals bv. een vrachtschip of een sleepboot, waarbij het kleur- en materiaalgebruik in overeenstemming dient te zijn met dit karakter;
    • b. op de locatie Oosterkade I en A-kade zijn woonschepen toegestaan met een ingetogen kleur- en materiaalgebruik.

Artikel 6 Het gebruik van de ligplaats

  • 1. Oeverstroken en taluds behoren tot het openbare gebied en mogen niet voor privédoeleinden worden gebruikt, tenzij voor een bepaald gebruik schriftelijke toestemming is verkregen van het college.
  • 2. Het is niet toegestaan op een woonschepenlocatie elektriciteit op te wekken met generatoren.
  • 3. Het woonschip moet worden aangesloten op de gemeentelijke riolering, tenzij de afstand tot de gemeentelijke riolering groter is dan 40 meter. Het is verboden huishoudelijk afvalwater en/of fecaliën in het openbaar water te lozen.
  • 4. Een woonschip moet deugdelijk worden afgemeerd en mag niet worden vastgemaakt aan één of meer bomen.
  • 5. Het uiterlijk van een woonschip mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Hiervan is in ieder geval sprake, indien:
    • a. door gedeeltelijke afbraak, instorting, verwaarlozing of verandering van het woonschip de samenhang in boot en opbouw is verstoord;
    • b. de detaillering van de wanden van het woonschip in ernstige mate wordt verstoord door (onderdelen van) installaties of door andere toevoegingen;
    • c. daarop graffiti is aangebracht of anderszins is beklad;
    • d. verflagen aan de buitenzijde op tenminste 10% van het oppervlak zijn afgebladderd;
    • e. het woonschip aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in ernstige mate is beschadigd;
    • f. de vorm of het aanzien van het woonschip in overwegende mate wordt bepaald door objecten die op de woonboot zijn geplaatst.

Artikel 7 Intrekking ligplaatsvergunning

1. Het college is bevoegd een ligplaatsvergunning in te trekken, indien blijkt dat:

  • a. de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige voorstelling van zaken;
  • b. het woonschip niet wordt bewoond door de vergunninghouder;
  • c. de vergunninghouder niet voldoet aan de bepalingen van deze nadere regels;
  • d. het woonschip niet voldoet aan de bepalingen van deze nadere regels;
  • e. de vergunninghouder niet tijdig voldoet aan de betaling van het verschuldigde liggeld.

Artikel 8 Vervallen ligplaatsvergunning

  • 1. De ligplaatsvergunning vervalt van rechtswege, zodra het gebruik van de ligplaats door ontruiming wordt beëindigd.
  • 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet in het geval, dat er sprake is van een tijdelijke beëindiging van het gebruik, mits de vergunninghouder voorafgaand aan de ontruiming het college van de tijdelijke beëindiging van het gebruik op de hoogte heeft gesteld.

Overige vaartuigen

Artikel 9 Overige vaartuigen

  • 1. Overige vaartuigen mogen, met in achtneming van artikel 2, lid 2, geen ligplaats hebben of innemen, indien:
    • a. het uiterlijk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, en/of
    • b. het vaartuig deels of geheel is gezonken, en/of
    • c. hinder voor de woonomgeving ontstaat door de grootte en/of het uiterlijk van het vaartuig of het gebruik van het vaartuig.
    • Artikel 6, lid 5 is eveneens van toepassing op overige vaartuigen.
  • 2. Een overig vaartuig moet deugdelijk worden afgemeerd en mag niet worden vastgemaakt aan één of meer bomen. Het aanbrengen van meerpalen is alleen toegestaan na toestemming van het college.
  • 3. Wanneer een overig vaartuig in strijd met het eerste lid van deze bepaling of in strijd met het bepaalde in artikel 2, lid 2 een ligplaats inneemt, kan het college de rechthebbende verzoeken maatregelen te nemen om een einde te maken aan de strijdige situatie. Indien hieraan geen gehoor wordt gegeven, kan het college het vaartuig op kosten van de rechthebbende (laten) verwijderen.
  • 4. Als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er sprake is van een vaartuig, dat niet meer wordt gebruikt en zich ook geen rechthebbende heeft gemeld, kan het college het vaartuig (laten) verwijderen.

Slotbepalingen

Artikel 10 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 11 Overgangsbepaling

  • 1. Een ligplaatsvergunning wordt gedurende een overgangsperiode van een half jaar met voorrang toegekend aan gegadigden die zijn geplaatst op de wachtlijst overeenkomstig de eerdere regeling.
  • 2. Lid 1 van dit artikel vervalt een half jaar na zijn inwerkingtreding.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2013.

Artikel 13 Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: “ Nadere regels woonschepen en overige vaartuigen Stadskanaal 2013”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2012

De secretaris De burgemeester

G.J.vanderZanden B.A.H. Galama

Bijlage 1 Ligplaatsenkaarten

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven