Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Notitie borgstellingen gemeente Stadskanaal 2008 » 26-06-2008

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Notitie borgstellingen gemeente Stadskanaal 2008

Deze regeling is in werking getreden op 26-06-2008.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Notitie borgstellingen gemeente Stadskanaal 2008
Citeertitel Notitie borgstellingen gemeente Stadskanaal 2008
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp financiƫn en economie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Financiële verordening gemeente Stadskanaal 2008, art.13

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
26-06-2008 nieuwe regeling 21-04-2008
De Kanaalstreek, 18-06-2008
R6579

INLEIDING

In de raadsvergadering van 18 februari 2008 heeft uw raad ons college verzocht een notitie op te stellen waarin helderheid wordt verschaft en kaders worden vastgelegd met betrekking tot garantiestellingen.

De volgende zaken komen aan de orde:

  • 1. Begripsomschrijvingen
  • 2. Wettelijke kaders en bevoegdheden
  • 3. Waarborgfondsen
  • 4. Soorten borgtocht in Stadskanaal
  • 5. Beleidslijnen op het verlenen van borgtocht

1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

  • Achtervang: situatie waarin een instantie een geldlening verstrekt aan het waarborgfonds op het moment dat het weerstandsvermogen van het waarborgfonds te laag is geworden.
  • Achtervangovereenkomst: overeenkomst waarbij het rijk of een gemeente zich verplicht renteloze leningen te verstrekken, teneinde te allen tijde liquiditeitstekorten te voorkomen.
  • Borg: de partij die borgtocht verleent.
  • Borgtocht: een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen (artikel 7:850 van het Burgerlijk Wetboek externe site).
    Daar waar wordt gesproken over gemeentelijke garantstelling, is formeel sprake van borgtocht. Daarom wordt hierna niet meer gesproken van garantie, maar van borgtocht.
  • Financiële instelling: al dan niet commerciële instellingen zoals banken, leveranciers, leasemaatschappijen, waarborgfondsen.
  • Fondsvermogen: het vermogen van het waarborgfonds dat beschikbaar is voor het verstrekken van borgtocht.
  • Garantie: zie borgtocht.
  • Garantieniveau: het minimale vermogen waarover het waarborgfonds moet beschikken om betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
  • Garantievermogen: het totale vermogen waarover het waarborgfonds kan beschikken om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
  • Obligo: de bedragen die het waarborgfonds zal invorderen van de deelnemers die bij het waarborgfonds zijn aangesloten, als en zodra het risicovermogen het garantieniveau overschrijdt.
  • Regresrecht: verhaalsrecht van het waarborgfonds op een deelnemer nadat het waarborgfonds is aangesproken door een financiële instelling om de betalingsverplichtingen van die deelnemer te voldoen.
  • Risico: kans op financiële tegenvallers als gevolg van interne of externe omstandigheden.
  • Risicovermogen: totale omvang van het schuldrestant van de door het waarborgfonds geborgde leningen.
  • Verliesniveau: het gemiddelde bedrag dat de stichting in de laatst verstreken vijf kalenderjaren uit hoofde van overeenkomsten van borgtocht aan geldgevers heeft uitbetaald.

2. WETTELIJKE KADERS EN BEVOEGDHEDEN

Burgerlijk Wetboek externe site

Veelvuldig wordt het begrip garantie gehanteerd. Formeel gezien dient de terminologie van het Burgerlijk Wetboek (BW) te worden gehanteerd, namelijk "borgtocht". Borgtocht is volgens artikel 7:850 van het BW externe site een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen.

Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) externe site

De Wet Fido geeft aan dat slechts geldleningen aan derden mogen worden verstrekt of borg mag worden gestaan door de gemeente voor door derden aangegane geldleningen, als aantoonbaar is dat dit past in de uitoefening van de publieke taak. Deze wet schrijft gemeenten voor zo weinig mogelijk risico’s te nemen met onder meer leningen en garanties. Beide zijn zelfs verboden als er niet publieke taken in het geding zijn.

Gemeentewet externe site

De borgstelling zelf, dat wil zeggen de overeenkomst met de geldgever, is een privaatrechtelijke rechtshandeling en is volgens artikel 160, lid 1, sub e van de Gemeentewet externe site een bevoegdheid van burgemeester en wethouders.
Artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet externe site geeft aan dat, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, het college geen besluit neemt dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.

Besluit financieringsstatuut gemeente Stadskanaal 2006

Artikel 6, algemene uitgangspunten, sub a. stelt het volgende:

De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de "publieke taak" uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf intern advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij.

3. WAARBORGFONDSEN

Er is een aantal waarborgfondsen waarop een beroep kan worden gedaan om geldleningen te borgen:

  • - De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningcorporaties.
  • - Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) verstrekt de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) voor eigen woningbezit en woningverbetering.
  • - Waarborgfonds voor de Zorgsector (Wfz) ten behoeve van zorginstellingen.
  • - Waarborgfonds Kinderopvang voor investeringen in de kinderopvang.
  • - Stichting Waarborgfonds Sport voor investeringen in accommodaties van sportorganisaties.

4. SOORTEN BORGTOCHT IN STADSKANAAL

De gemeente heeft te maken met drie soorten van borgtocht:

  • a. De gemeente is achtervang voor een andere borg en komt pas in beeld als die borg niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.
  • b. De gemeente staat borg samen met een waarborgfonds.
  • c. De gemeente is zelf borg. Wanneer de hoofdschuldenaar niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, dan wordt de gemeente als eerste ingeroepen.

Ad a. De gemeente als achtervang

Gemeenten fungeren samen met het rijk als achtervang voor leningen aan woningbouwcorporaties (toegelaten instellingen) en particuliere woningbezitters waarvoor de waarborgfondsen borg staan. Voor de woningcorporaties betreft dit het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en voor de particuliere woningbezitters het Waarborgfonds Eigen Woningen.

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Het WSW staat borg voor financiële instellingen die woningbouwcorporaties leningen verstrekken voor sociale woningbouwprojecten en leningen voor maatschappelijk vastgoed. Dankzij deze borgingen kunnen woningcorporaties geld lenen tegen gunstige voorwaarden.
De gemeente heeft overeenkomsten gesloten met het WSW over het overdragen van de risico’s en verkrijgen van borgtocht van woningcorporaties (raadsbesluit 20 mei 1996).
In onze gemeente zijn Wooncom, de Christelijke Stichting BCM Wonen en de Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie "Nije Stee" deelnemer van het WSW.
Voor het aangaan van nieuwe leningen of wijzigingen van een lening, is gekozen voor de zogeheten achtervangovereenkomst per lening. Dit houdt in dat voor iedere nieuwe lening of een wijziging in de overeenkomst toestemming van het college is vereist.

De zekerheidsstructuur van WSW bestaat uit drie lagen.

  • - De primaire zekerheid wordt gevormd door het eigen vermogen van de deelnemers (corporaties), onder omstandigheden aangevuld met saneringssteun van het Centraal Fonds Volkshuisvesting.
  • - De secundaire zekerheid wordt gevormd door het vermogen van het WSW en de obligo’s van de deelnemers. Op het moment dat het WSW wordt aangesproken vanuit de borgstelling, verkrijgt het WSW op grond van het regresrecht een vordering op de betreffende deelnemer. Het WSW kan vanuit het regresrecht ook verhalen op het bezit van de corporatie. Als het risicovermogen van het fonds het garantieniveau overstijgt, dan heeft het WSW de plicht obligo’s op te vragen bij de deelnemers. Op deze wijze wordt de schade bij het WSW, en dus de kans op een eventueel beroep op de achtervangers, zoveel mogelijk beperkt.
  • - De achtvangpositie van rijk en gemeenten vormen de tertiaire zekerheid. Als na uitoefening van het regresrecht en opvordering van de obligo’s het garantievermogen (nog steeds) niet boven het risicovermogen komt, hebben rijk en gemeenten de verplichting renteloze leningen aan het WSW te verstrekken.

De kans dat het WSW de achtervangers zal aanspreken om renteloze leningen te verstrekken is zeer klein. Op het moment dat de achtervangers wel worden aangesproken, zal dit in de vorm van het verstrekken van een renteloze lening zijn. Deze lening nemen wij dan op als risico.

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

Het WEW verstrekt nationale hypotheekgarantie voor aankoop en verbetering van woningen aan particulieren. Daarmee worden voor de geldgevers de risico’s beperkt en profiteren de geldnemers van een lagere rente.
Met het WEW is een overeenkomst gesloten waarin de achtervang voor bestaande en nieuw af te sluiten leningen van particulieren is geregeld (raadsbesluit 31 oktober 1994).
De achtervangfunctie (de gemeenten samen met het rijk) kan door de stichting worden aangesproken, in de vorm van renteloze leningen, als het garantievermogen te laag is.
Door de omvang van het garantievermogen van bovengenoemde waarborgfondsen en de financiële constructies, zijn in beide gevallen de risico’s voor de gemeente zeer beperkt.

Ad b. De gemeente als mede-borg

Het betreft de volgende bedrijven:

  • - Kinderopvang bv.
  • - Stichting Bedrijvenpark Zuid-Groningen.
  • - Waterbedrijf provincie Groningen.

Tijdens de raadsvergadering van 31 augustus 1998 is de gemeente akkoord gegaan met een borgstelling voor een geldlening aan de Stichting Kinderopvang, bestemd voor een verbouwing van het pand Mr. Neuteboomstraat in Stadskanaal. De Stichting Waarborgfonds Kinderopvang borgt (15 jaar) voor 50% mee.

Voor de Stichting Bedrijvenpark Zuid-Groningen staat onze gemeente voor 50% borg voor een rekening-courantverhouding van deze stichting met de nv Bank Nederlandse Gemeenten. De gemeente Vlagtwedde staat eveneens borg voor 50%. De actuele stand medio 1 januari 2007 was een positief saldo. Als er behoefte is, kan de Stichting Bedrijvenpark Zuid-Groningen financiering opnemen tot maximaal € 2.268.901,08. De gemeente staat dus garant voor 50% van genoemd bedrag.

De leningen die het Waterbedrijf heeft gesloten zijn samen met andere gemeenteaandeelhouders geborgd. Het borgdeel wordt verdeeld naar rato. Het borgdeel voor onze gemeente bedroeg per 1 januari 2007 € 1.027.000,00.

Ad c. De gemeente als borg

De gemeente Stadskanaal staat borg voor leningen aan de volgende instellingen:

  • - Stichting Welstad.
  • - Noorderpoortcollege.
  • - BCM.
  • - Zorginstellingen (Zorggroep Meander, BCM).

In 1987 heeft de gemeente een borgstelling afgegeven aan de toenmalige Stichting Sociaal Cultureel Werk voor een lening ten behoeve van de accommodatie "De Kameleon" in Musselkanaal (raadsbesluit 26 oktober 1987). In verband met liquidatie van de Stichting Sociaal Cultureel Werk, is tijdens de raadsvergadering van 30 maart 1992 de tenaamstelling aangepast in Stichting Welstad.

De gemeente heeft zich bij raadsbesluit van 24 juni 1996 borg gesteld voor twee leningen van het Noorderpoortcollege. Deze leningen zijn aangegaan voor de bouw van het Lokaal Opleidingscentrum aan de Frankrijklaan in Stadskanaal.

De door de gemeente geborgde lening van BCM heeft betrekking op een destijds afgesloten lening die niet onder het WSW kon worden ondergebracht, omdat het te financieren gebouw tevens een kantoorgedeelte betrof.

Al enkele jaren ligt er een afspraak met de zorginstellingen dat zij toewerken naar een overheveling van de leningen die zijn geborgd door de gemeente naar de Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (Wfz). Inmiddels worden de financiële risico’s voor nieuwe leningen ondergebracht bij de Stichting Wfz. De bestaande leningen zijn niet ondergebracht bij de Stichting Wfz. De mogelijkheden hiervoor worden onderzocht.

5. BELEIDSLIJNEN OP HET VERLENEN VAN BORGTOCHT

Vanuit de visie dat het optreden als borg altijd financiële risico’s met zich meebrengt, hanteert de gemeente al jaren een grote terughoudendheid bij het aangaan van borgstellingen. Het beoordelen en bewaken van de financiële risico’s van derden is geen kerntaak van de gemeente. Daarom verdient het aanbeveling om in de toekomst de volgende beleidslijn te hanteren:

De beleidslijn

Het voorstel is om de volgende beleidslijn te volgen.

Het college is bevoegd akkoord te gaan met het aangaan van achtervangovereenkomsten voor het afsluiten van nieuwe leningen en aanvullende overeenkomsten tot wijziging van leningsvoorwaarden met de waarborgfondsen die in deze notitie worden genoemd.

Uitgangspunt is dat de gemeente geen gemeentelijke borgtocht verstrekt voor leningen.
Gemeentelijke borgtocht dient een uitzondering te zijn; verenigingen/instellingen dienen zelfstandig (al dan niet met borging door een waarborgfonds) overeenkomsten van geldlening af te sluiten met marktpartijen.

Indien aantoonbaar, is dat geen financiering mogelijk is zonder garantie, dan kan via een raadsbesluit worden afgeweken van de beleidslijn. Het is noodzakelijk om hiervoor een wijziging aan te brengen in de Financiële verordening en het financieringsstatuut.

Stadskanaal, 20 maart 2008

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven