Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 » 31-12-2008

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008

Deze regeling is in werking getreden op 31-12-2008.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Citeertitel Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet ruimtelijke ordening, art. 6.7 externe site
  2. Besluit ruimtelijke ordening, art. 6.13.3 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
31-12-2008 nieuwe regeling 15-12-2008
De Kanaalstreek, 23-12-2008
R 6632

De raad van de gemeente Stadskanaal;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 november 2008, nr. R 6632;

besluit:

tot vaststelling van de
Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. aanvrager:
degene, die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening externe site indient;
b. adviseur:
de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c. van het Besluit ruimtelijke ordening externe site;
c. adviescommissie:
schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van deze verordening;
d. besluit:
Besluit ruimtelijke ordening externe site;
e. college:
het college van burgemeester en wethouders;
f. gemeente:
de gemeente Stadskanaal;
g. planologische maatregel:
oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening externe site;
h. planschade:
schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening externe site;
i. wet:
Wet ruimtelijke ordening externe site.

Artikel 2. Opdrachtverstrekking

Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit externe site verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk opdracht om over een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit externe site of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht externe site.

Artikel 3. Adviseur of adviescommissie

  • 1. Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking, wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.
  • 2. Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel-economische bedrijfsvoering.
  • 3. Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering.
  • 4. Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing is, worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen.
  • 5. Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.
  • 6. De adviescommissie wijst uit haar midden een adviseur aan.

Artikel 4. Deskundigheid en onafhankelijkheid

  • 1. Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen, dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 3 eerste, tweede of derde lid bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen.
  • 2. Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5. Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie

  • 1. Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet externe site schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid of meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.
  • 2. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a tweede en derde lid van de wet externe site, kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen.
  • 3. Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking.

Artikel 6. Werkwijze adviseur of adviescommissie

  • 1. Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking.
  • 2. Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat.
  • 3. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere hoorzittingen waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a tweede en derde lid van de wet externe site worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
  • 4. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviseur of de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager uit voor de plaatsopneming.
  • 5. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met aanvrager een afspraak gemaakt.
  • 6. Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde bezichtiging, wordt door dan wel onder verantwoordelijkheid van de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.
  • 7. Alvorens een advies uit te brengen, zendt de adviseur dan wel de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet externe site. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen.
  • 8. De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet externe site, worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na toezending van het concept-advies schriftelijk hierop te reageren.
  • 9. In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn advies uit aan het college waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.
    In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn advies uit aan het college.

Artikel 7. Slotbepalingen

Deze verordening wordt aangehaald als Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2008.

De raad

de raadsgriffier, de voorzitter,

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven