Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal » 27-09-2016

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal

Geconsolideerde versie, geldig vanaf 27-09-2016.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal
Citeertitel Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door geattribueerde functionaris
Onderwerp personeel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze regeling is vastgesteld door de ondernemingsraad.

Deze regeling vervangt het Voorlopig reglement Ondernemingsraad gemeente Stadskanaal.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Wet op de ondernemingsraden, art. 8 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
27-09-2016 Artt. 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 19, 21, 22 en toelichting 21-03-2016
Gemeenteblad, nr. 131819, 26-09-2016 externe site
21-03-2016, nr. 6
28-10-2010 Artt 2 lid 2; artt 7 lid 2; artt 15 lid 2 tot en met 5 27-09-2010
De Kanaalstreek, 20-10-2010
27-09-2010, nr. 1
05-03-2009 nieuwe regeling 09-02-2009
De Kanaalstreek, 04-03-2009
09-02-2009, nr. 3

De Ondernemingsraad van de gemeente Stadskanaal;

Gehoord de vakorganisaties en de bestuurder van de gemeente Stadskanaal,

Gelet op artikel 8 externe site en verdere bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden externe site;

b e s l u i t :

vast te stellen het volgende:

Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1: Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

a. ondernemer:
de Gemeente Stadskanaal;
b. onderneming:
de Gemeente Stadskanaal;
c. wet:
de Wet op de ondernemingsraden externe site (WOR);
d. bedrijfscommissie:
de Bedrijfscommissie voor de overheid;
e. bestuurder:
de gemeentesecretaris/algemeen-directeur of diens plaatsvervanger;
f. werknemersorganisaties:
de verenigingen van werknemers bedoeld in artikel 9, lid 2, onder a, van de wet externe site;
g. werkzame personen:
personen bedoeld in artikel 1, lid 2, van de wet externe site alsmede degene die uit hoofde van een detachering op grond van de Wet sociale werkvoorziening externe site werkzaam is binnen de onderneming.

Artikel 2: Samenstelling

  • 1. De Ondernemingsraad bestaat uit negen leden.
  • 2. De Ondernemingsraad telt een aantal plaatsvervangende leden die elk lid van de ondernemingsraad kunnen vervangen.
  • 3. De ondernemingsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter;
  • 4. De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de ondernemingsraad in rechte.

Artikel 3: Zittingsduur

  • 1. De leden van de Ondernemingsraad treden om de 3 jaar gelijk af.
  • 2. De aftredende leden zijn terstond herkiesbaar.
  • 3. In afwijking van lid 2 zijn niet herkiesbaar de leden die 9 jaren ononderbroken lid van de ondernemingsraad zijn geweest, met dien verstande dat zij weer herkiesbaar zijn wanneer sinds hun aftreden 3 jaren zijn verlopen.

Hoofdstuk 2: Ondernemingsraadverkiezingen

Artikel 4: Organisatie

  • 1. De organisatie van de verkiezing van de leden van de Ondernemingsraad berust bij de Ondernemingsraad.
  • 2. De Ondernemingsraad kan de organisatie van de verkiezing opdragen aan een commissie.

Artikel 5: Actief en passief kiesrecht

  • 1. Kiesgerechtigd zijn de personen die op de dag van de verkiezingen gedurende ten minste zes maanden in de onderneming werkzaam zijn.
  • 2. Verkiesbaar tot lid van de Ondernemingsraad zijn de personen die op de dag van de verkiezingen gedurende tenminste een jaar in de onderneming werkzaam zijn.

Artikel 6: Datum verkiezingen

  • 1. De Ondernemingsraad bepaalt na overleg met de ondernemer de datum van de verkiezingen alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de stemming. De secretaris van de Ondernemingsraad doet van een en ander mededeling aan de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen en aan de werknemersorganisaties. Tussen deze mededeling en de datum van de verkiezingen zitten tenminste vijftien weken.
  • 2. De datum van de verkiezingen ligt niet eerder dan vier weken en niet later dan twee weken voor de afloop van de zittingsperiode van de aftredende leden van de Ondernemingsraad.
  • 3. De ondernemingsraad of de door hem ingestelde verkiezingscommissie kan zich bij de verkiezing laten bijstaan door een of meer stembureaus, die elk bestaan uit ten hoogste drie in de onderneming werkzame personen.

Artikel 7: Kandidaatstelling

  • 1. Uiterlijk twaalf weken voor de verkiezingsdatum stelt de Ondernemingsraad een lijst op van de in de onderneming werkzame personen die op de verkiezingsdatum verkiesbaar en/of kiesgerechtigd zijn, en maakt deze lijst in de onderneming en aan de werknemersorganisaties bekend.
  • 2. Kandidaatstelling geschiedt door indiening van een lijst van één of meer kandidaten bij de secretaris van de Ondernemingsraad. Deze verstrekt een gedagtekend bewijs van ontvangst gesteld ten name van degene die de lijst heeft ingediend.
  • 3. Tot uiterlijk zes weken voor de verkiezingsdatum kunnen werknemersorganisaties kandidatenlijsten indienen.
  • 4. Binnen een week nadat de in lid 3 bedoelde termijn is verstreken, maakt de ondernemingsraad bekend welke werknemersorganisaties kandidatenlijsten hebben ingediend.
  • 5. Tot uiterlijk drie weken voor de verkiezingsdatum kunnen kiesgerechtigde personen, die geen lid zijn van een werknemersorganisatie die een kandidatenlijst heeft ingediend, kandidatenlijsten indienen.
  • 6. Bij elke kandidatenlijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat een schriftelijke verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat de kandidatuur aanvaardt wordt.
  • 7. De naam van een kandidaat mag slechts op één kandidatenlijst voorkomen.

Artikel 8: Geldigheid kandidatenlijst

  • 1. De Ondernemingsraad onderzoekt of de ingediende kandidatenlijsten en de daarop voorkomende kandidaten voldoen aan de vereisten van de wet externe site en van dit reglement.
  • 2. De ondernemingsraad verklaart een kandidatenlijst die niet voldoet aan de in het vorige lid bedoelde vereisten, ongeldig en doet hiervan onmiddellijk schriftelijk en met opgave van redenen mededeling aan degene(n) door wie de lijst is ingediend. Gedurende één week na deze mededeling bestaat de gelegenheid de lijst aan de gestelde vereisten aan te passen.
  • 3. De geldige kandidatenlijsten worden uiterlijk 2 weken voor de verkiezingsdatum door de Ondernemingsraad aan de in de onderneming werkzame personen en aan de ondernemer bekend gemaakt.

Artikel 9: Enkele kandidaatstelling

Indien er niet meer kandidaten zijn gesteld dan er plaatsen zijn te vervullen in de ondernemingsraad, vinden er geen verkiezingen plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen.

Hoofdstuk 3: Wijze van stemmen bij verkiezingen

Artikel 10: Verkiezingen

  • 1. De verkiezing vindt plaats bij geheime, schriftelijke dan wel elektronische stemming.
  • 2. Bij elektronische stemming brengt de kiesgerechtigde persoon op de dag / in de periode van de verkiezing zijn stem uit op de site waarop de elektronische verkiezing is geplaatst in het netwerk van de onderneming.
  • 3. Bij schriftelijke stemming wordt door of namens de ondernemingsraad wordt op de verkiezingsdatum op de daartoe door de ondernemingsraad aangewezen plaatsen aan iedere kiesgerechtigde persoon een gewaarmerkt stembiljet uitgereikt. Op dit stembiljet staan de te kiezen kandidaten per ingediende, geldige kandidatenlijst vermeld. Dadelijk na invulling doet de kiesgerechtigde persoon dit stembiljet in een daartoe bestemde bus.
  • 4. Iedere kiesgerechtigde persoon kan voor ten hoogste twee andere kiesgerechtigde personen een stembiljet invullen, mits hij door deze personen schriftelijk daartoe gemachtigd is.

Artikel 11: Aantal stemmen

Iedere kiesgerechtigde persoon brengt één stem uit.

Artikel 12: Stembiljetten

  • 1. Na het einde van de stemming stelt de Ondernemingsraad het aantal geldige stemmen vast dat op elke kandidatenlijst en elke daarop voorkomende kandidaat is uitgebracht.
  • 2. Ongeldig zijn de stembiljetten dan wel, voor zover van toepassing, digitale stemmen 
    • a. die niet door of namens de Ondernemingsraad zijn gewaarmerkt;
    • b. waaruit niet duidelijk de keuze van de stemgerechtigde blijkt;
    • c. waarop meer dan één stem is uitgebracht.
    • d. waarop andere aantekeningen voorkomen dan de aanwijzing van de verkozen kandidatenlijst.

Artikel 13 Toewijzing der zetels

  • 1. Ter bepaling van de uitslag van de verkiezing berekent de Ondernemingsraad in de eerste plaats de kiesdeler, door het aantal geldig uitgebrachte stemmen te delen door het aantal te bezetten zetels in de Ondernemingsraad. Vervolgens worden aan iedere kandidatenlijst zoveel zetels toegewezen als de kiesdeler begrepen is in het aantal op die lijst uitgebrachte geldige stemmen. Zetels die op deze wijze niet kunnen worden vervuld, worden achtereenvolgens toegekend aan de lijsten met de meeste reststemmen. Stemmen uitgebracht op een lijst die de kiesdeler niet haalde, gelden – indien ten minste driekwart van de kiesdeler is gehaald – ook als reststemmen. Bij een gelijke hoeveelheid reststemmen van twee of meer lijsten beslist het lot welke lijst het eerst een restzetel krijgt
    De zetels die aan een lijst zijn toegevallen, worden toegewezen aan de daarop staande kandidaten. Dit gebeurt in de volgorde waarop zij op de lijst voorkomen, met dien verstande dat een kandidaat die persoonlijk de kiesdeler heeft gehaald, in ieder geval is gekozen
    Indien bij de toepassing van deze bepalingen aan een lijst meer zetels toekomen dan er kandidaten zijn, gaat/gaan de zetel of zetels die niet vervuld kan/kunnen worden over op een of meer van de overige lijsten, waarop kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.
  • 2. De uitslag van de verkiezingen wordt door de Ondernemingsraad vastgesteld en bekendgemaakt aan in ieder geval de ondernemer, aan de in de onderneming werkzame personen, aan de werknemersorganisaties, alsmede aan anderen die kandidatenlijsten hebben ingediend.

Artikel 14 Bewaren van stembiljetten

De gebruikte stembiljetten worden door de secretaris van de Ondernemingsraad in één of meer gesloten enveloppen tenminste drie maanden bewaard. In het geval van elektronische verkiezingen worden de digitaal uitgebrachte stemmen tenminste drie maanden door de secretaris bewaard.

Artikel 15 Voorziening in tussentijdse vacatures en tijdelijke vervanging.

  • 1. In geval van een tussentijdse vacature in de Ondernemingsraad wijst de Ondernemingsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die blijkens de vastgestelde en bekend gemaakte uitslag van de laatstgehouden algemene verkiezingen, bedoeld in artikel 13 lid 1 daarvoor in aanmerking komt.
  • 2. In geval van tijdelijke afwezigheid van een lid van de Ondernemingsraad wijst de Ondernemingsraad tot tijdelijk vervanger aan de vervanger die blijkens de vervangingslijst daarvoor in aanmerking komt.
  • 3. De aanwijzing van de in lid 1 genoemde opvolger geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 13, lid 1 is van overeenkomstige toepassing.
  • 4. De aanwijzing van de in lid 2 genoemde tijdelijke vervanger geschiedt indien een te vervangen OR-lid langer dan 6 weken afwezig zal zijn;
  • 5. Indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan door de Ondernemingsraad hierin worden voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing voor die vacature, tenzij binnen zes maanden verkiezingen plaatsvinden.
  • 6. Indien in de in lid 1 bedoelde vacature niet op de in lid 1 en 2 genoemde wijze kan worden voorzien, kan de Ondernemingsraad besluiten een medewerker, voorbijgaand aan de in lid 5 bedoelde verkiezing en gelet op het genoemde in artikel 9, rechtstreeks in de vacature te benoemen.

Artikel 16 Bezwarenregeling

  • 1. Iedere belanghebbende kan, binnen een week na de bekendmaking daarvan, bij de Ondernemingsraad bezwaar maken tegen een besluit van de ondernemingsraad met betrekking tot:
    • a. de bepaling van de datum van de verkiezingen en de tijdstippen van het begin en het einde van de stemming, artikel 6 lid 1;
    • b. de opstelling van de lijst van kiesgerechtigde en verkiesbare personen, artikel 7 lid 1;
    • c. de vaststelling van het aantal handtekeningen dat nodig is voor de indiening van een kandidatenlijst door degenen die geen lid zijn van een vereniging als bedoeld in artikel 9 lid 2 onder b van de wet externe site, welke een kandidatenlijst heeft ingediend, artikel 7 lid 4;
    • d. de geldigheid van een kandidatenlijst, artikel 8;
    • e. de vaststelling van de uitslag van de verkiezingen, artikel 13 lid 2;
    • f. de voorziening in een tussentijdse vacature, artikel 15 lid 1, kan iedere belanghebbende binnen een week na de bekendmaking van het desbetreffende besluit schriftelijk bezwaar maken bij de Ondernemingsraad.
  • 2. De Ondernemingsraad beslist onverwijld over dit bezwaar en treft daarbij zo nodig de noodzakelijke voorzieningen.

Hoofdstuk 4: Werkwijze en secretariaat

Artikel 17 Vergaderingen

  • 1. De Ondernemingsraad komt ten behoeve van de uitoefening van zijn taak bijeen in de navolgende gevallen:
    • a. op verzoek van de voorzitter;
    • b. op gemotiveerd verzoek van tenminste twee leden;
    • c. voorafgaande aan de overlegvergadering.
  • 2. De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergadering. Een vergadering op verzoek van leden van de Ondernemingsraad wordt gehouden binnen 14 dagen nadat het verzoek bij de voorzitter is ingekomen.
  • 3. De secretaris doet op schriftelijke of elektronische wijze mededeling van de vergadering aan de leden van de Ondernemingsraad. Deze mededeling vindt, behalve in spoedeisende gevallen, niet later plaats dan zeven dagen voor de vergadering.
  • 4. Een vergadering kan slechts plaatsvinden indien de meerderheid van de leden van de Ondernemingsraad, als bedoeld in artikel 2, lid 1 van het reglement, aanwezig is.
  • 5. Indien er geen meerderheid aanwezig is op een vergadering van de Ondernemingsraad zal binnen 14 dagen een nieuwe vergadering worden uitgeschreven met dezelfde agenda. Wanneer ook op deze vergadering de meerderheid van de Ondernemingsraad niet aanwezig is, kan de vergadering toch worden gehouden.
  • 6. Bij afwezigheid van de voorzitter en van diens plaatsvervanger(s) kiest de Ondernemingsraad uit de aanwezige leden een voorzitter voor de vergadering.

Artikel 18 Secretariaat

  • 1. De Ondernemingsraad benoemt uit zijn midden een secretaris en treft desgewenst nadere voorzieningen voor het uitoefenen van het secretariaat.
  • 2. De secretaris is belast met het bijeenroepen van de Ondernemingsraad, het opmaken van de agenda en het opstellen van het verslag van de vergaderingen, alsmede met het voeren van de briefwisseling en het beheren van de voor de Ondernemingsraad bestemde en van de Ondernemingsraad uitgaande stukken.

Artikel 19 Agenda

  • 1. De secretaris maakt voor iedere vergadering een agenda op. Hij plaatst op de agenda de door de voorzitter en door de leden opgegeven onderwerpen. Ieder lid van de Ondernemingsraad kan een onderwerp op de agenda doen plaatsen.
  • 2. De secretaris maakt de agenda bekend aan de leden van de Ondernemingsraad, aan de ondernemer en aan de in de onderneming werkzame personen. Behoudens in spoedeisende gevallen geschiedt de bekendmaking tenminste 7 dagen vóór de vergadering van de Ondernemingsraad. Tegelijk met het bekendmaken van de agenda worden de bij de agenda behorende stukken aan de leden van de Ondernemingsraad toegezonden.

Artikel 20 Besluitvorming

  • 1. Tenzij dit reglement anders bepaalt beslist de Ondernemingsraad bij gewone meerderheid van stemmen van het aantal aanwezige leden. Voor de berekening van het aantal uitgebrachte stemmen, tellen blanco stemmen niet mee.
  • 2. Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd, tenzij de Ondernemingsraad in een bepaald geval anders besluit.
  • 3. Indien bij een besluit met betrekking tot de benoeming van een persoon geen van de kandidaten bij de eerste stemming de gewone meerderheid haalt, vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Bij deze herstemming is diegene gekozen die alsdan de meeste stemmen op zich verenigd heeft. Indien de stemmen staken beslist het lot.
  • 4. Bij staking van stemmen over een door de Ondernemingsraad te nemen besluit, dat geen betrekking heeft op een te benoemen persoon, wordt dit voorstel op de eerstvolgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Als de stemmen dan weer staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 21 Verslaggeving

  • 1. Zo spoedig mogelijk na iedere vergadering van de Ondernemingsraad maakt de secretaris daarvan een verslag en zendt hij dit in concept toe aan de leden. De leden hebben de mogelijkheid – bij voorkeur gemotiveerd – bezwaar te maken tegen de inhoud van het verslag. De Ondernemingsraad beslist over de inhoud van het verslag en stelt het vast in zijn eerstvolgende vergadering.
  • 2. De secretaris maakt het verslag bekend aan de in de onderneming werkzame personen en aan de ondernemer.
  • 3. Het aan de in de onderneming werkzame personen bekend te maken verslag bevat geen gegevens waaromtrent geheimhouding moet worden betracht ingevolge het bepaalde in artikel 20 van de wet externe site.
  • 4. Zo nodig wordt aan het einde van iedere vergadering of na bespreking van een onderwerp een spoedpublicatie opgesteld, bestemd voor de in de onderneming werkzame personen.

Artikel 22 Jaarverslag

  • 1. De secretaris maakt na afloop van een zittingsjaar een verslag op van de werkzaamheden van de Ondernemingsraad en van de commissies van die raad in het afgelopen jaar. Dit jaarverslag behoeft de goedkeuring van de Ondernemingsraad.
  • 2. De secretaris maakt het jaarverslag zo spoedig mogelijk na de goedkeuring door de ondernemingsraad bekend aan de leden van de Ondernemingsraad en zijn commissies, aan de ondernemer en aan de in de onderneming werkzame personen.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

Artikel 23 Wijzigen reglement

  • 1. Dit reglement kan worden gewijzigd of aangevuld bij besluit van de Ondernemingsraad.
  • 2. In een vergadering waarin besloten wordt het reglement te wijzigen of aan te vullen dient tenminste driekwart van het aantal leden van de Ondernemingsraad aanwezig te zijn. Vacante zetels tellen daarbij niet mee.
  • 3. Een zodanig besluit behoeft een meerderheid van tweederde van de aanwezige leden van de Ondernemingsraad.
  • 4. Alvorens het reglement vast te stellen, stelt de Ondernemingsraad de ondernemer in de gelegenheid om zijn standpunt kenbaar te maken.
  • 5. Na vaststelling van het reglement verstrekt de Ondernemingsraad onverwijld een exemplaar aan de ondernemer en aan de bedrijfscommissie.

Artikel 24 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1. Dit reglement treedt inwerking één dag na bekendmaking.
  • 2. Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal.
  • 3. Met de inwerkingtreding van dit reglement komt het Voorlopig Reglement Ondernemingsraad gemeente Stadskanaal van 24 juni 1996 te vervallen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 februari 2009.

De Ondernemingsraad voornoemd,

De secretaris,de voorzitter,

Artikelsgewijze Toelichting Reglement Ondernemingsraad Stadskanaal

Algemene Toelichting

1. Inleiding

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) schrijft in artikel 8 voor dat een OR een reglement moet maken waarin de onderwerpen worden geregeld die bij of krachtens de WOR ter regeling aan de OR zijn opgedragen of overgelaten
Het reglement dient zich ook te beperken tot die zaken. Het reglement heeft voornamelijk een huishoudelijk karakter, waarin de OR aangelegenheden van de OR zelf regelt, met name: samenstelling, zittingsduur, verkiezingen, kandidaatstelling, tussentijdse vacatures, werkwijze en secretariaat. Het reglement kan dus geen bepalingen bevatten die bindend zijn voor derden. Heeft de OR bijvoorbeeld in zijn reglement bepaald dat de vergaderingen openbaar zijn, dan is de ondernemer niet verplicht de werknemers vrijaf te geven voor het bijwonen van die openbare OR-vergaderingen. Uiteraard is dat anders als binding uit de WOR zelf voortvloeit.

2. Nadere regels in een reglement

In de WOR wordt een aantal zaken opgesomd dat in een reglement moet worden opgenomen en een aantal zaken dat in een reglement kan worden opgenomen
In artikel 10 en 14 van de WOR staan zaken opgenomen, waarover een OR in zijn reglement nadere regelen moet opnemen. Het betreft:

  • - de kandidaatstelling;
  • - de inrichting van de verkiezingen;
  • - de vaststelling van de uitslag van de verkiezingen;
  • - de vervulling van tussentijdse vacatures;
  • - zijn werkwijze, waaronder in ieder geval:
    • - de gevallen waarin de OR ten behoeve van de uitoefening van zijn taak bijeenkomt;
    • - de wijze van bijeenroeping van de OR;
    • - het aantal leden dat aanwezig moet zijn om een vergadering te kunnen houden (quorum);
    • - de uitoefening van het stemrecht in de vergaderingen;
    • - de wijze waarop het secretariaat gevoerd wordt;
    • - het bekendmaken van de agenda;
    • - het bekendmaken van verslagen en jaarverslagen.

In de artikelen 6, eerste en vijfde lid, 9, derde lid en 12, tweede lid worden onderwerpen opgesomd die de ondernemingsraad kan regelen in zijn reglement. Het gaat om:

  • - afwijking van het aantal leden van de OR;
  • - afwijking van de bepalingen ten aanzien van de diensttijd;
  • - het openen van mogelijkheid van plaatsvervanging;
  • - het instellen van kiesgroepen;
  • - het kiezen van een afwijkende zittingsduur.

Regelt de OR hieromtrent niets dan geldt het bepaalde in de WOR zelf.
De wet bepaalt uitdrukkelijk dat het reglement geen bepalingen mag bevatten die in strijd zijn met de WOR of die een goede toepassing van de WOR in de weg staan. Voordat de OR zijn reglement vaststelt, stelt de OR de ondernemer in de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken. Eventuele geschillen over het vaststellen of de inhoud van een voorlopig of definitief reglement kan door iedere belanghebbende aan de kantonrechter worden voorgelegd. Voorafgaande bemiddeling van en advisering door de Bedrijfscommissie voor de Overheid is mogelijk.

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) bevat in artikel 1 een aantal omschrijvingen waaraan in het OR-reglement een nadere inhoud dient te worden gegeven.

ondernemer
In artikel 1 lid 1 sub d van de WOR de eerste plaats wordt het begrip "ondernemer" beschreven als “.de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een onderneming in stand houdt”. Bij de overheid is de publiekrechtelijke rechtspersoon de 'ondernemer' in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Dus de Staat, een gemeente, een provincie en een waterschap. Een ondernemer kan meerdere 'ondernemingen' in stand houden.

onderneming
Artikel 1, onder c, van de WOR omschrijft 'onderneming' als "elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht". Voor het zijn van een 'onderneming' in de zin van de WOR moet er dus sprake zijn van een organisatorisch verband, dit wil zeggen een groep van mensen die op enigerlei wijze samenwerken. Verder moeten in dat samenwerkingsverband mensen werken op grond van een aanstelling en/of een arbeidsovereenkomst, dus in dienst van en onder leiding van een ander. Tot slot moet het samenwerkingsverband naar buiten toe als een zelfstandige eenheid optreden
De rechtsvorm noch de aard van de te verrichten werkzaamheden zijn daarbij van belang. Juridische zelfstandigheid van het samenwerkingsverband speelt evenmin een rol.
Een gemeente is te beschouwen als een 'onderneming' in de zin van de WOR. Dit kan tevens gelden voor onderdelen daarvan, als die onderdelen zich naar buiten toe als een zelfstandige eenheid presenteren.

bestuurder
Het begrip 'bestuurder' wordt in artikel 1 onder lid 1 sub e, van de WOR omschreven als " hij die alleen dan wel tezamen met anderen in een onderneming rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid" Bij een openbaar publiekrechtelijk lichaam als de gemeente is de gemeentesecretaris het hoofd van het ambtelijk apparaat.
De 'bestuurder' is de gespreks- en overlegpartner van de OR. Hij is degene die het advies en/of de instemming van de OR moet vragen, de informaties aan de OR moet verstrekken, het overleg met de OR moet voeren. Kortom, daar waar de WOR aan de ondernemer verplichtingen oplegt en rechten toekent, daar moet de 'bestuurder' namens de ondernemer feitelijk optreden. Binnen de overheid wordt de dagelijkse leiding van het ambtenarenapparaat in de praktijk gedelegeerd aan bepaalde ambtenaren en deze ambtenaren zijn 'bestuurders' in de zin van de WOR. Dit betekent in het algemeen dat de hoogste ambtenaar binnen een organisatie waarvoor een OR is ingesteld, de bestuurder zal zijn. Het verdient aanbeveling in het reglement het begrip bestuurder door middel van een functiebenaming nader in te vullen.
Voor de gemeente Stadskanaal is dit de gemeentesecretaris/algemeen directeur (benaming volgens HR21)

bedrijfscommissie
De omschrijving van de "bedrijfscommissie" als bedoeld in artikel 37 WOR waaronder ondernemingsraad ressorteert. Voor de gemeente Stadskanaal is de Bedrijfscommissie voor de Overheid de bevoegde bedrijfscommissie.

Artikel 2 Samenstelling

Lid 1
Artikel 6 lid 1, van de WOR bevat een regeling met betrekking tot het aantal leden van de ondernemingsraad. Aanbevolen wordt te streven naar een (oneven) aantal leden om het staken der stemmen te voorkomen. Ingevolge artikel 6 lid 1 bedraagt de Ondernemingsraad van de gemeente Stadskanaal 9 leden.

Lid 2:
Genoemd artikel 6 van de WOR geeft de OR tevens de mogelijkheid om met toestemming van de ondernemer te bepalen dat voor één of meer OR-leden een plaatsvervanger wordt gekozen. Een plaatsvervangend OR-lid heeft dezelfde rechten en verplichtingen als het lid dat hij vervangt. Van de mogelijkheid van plaatsvervanging kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt wanneer een of meer OR-leden in verband met hun functie regelmatig niet in de onderneming aanwezig zijn. Ook kan gebruikmaking van deze mogelijkheid een manier zijn om de diversiteit in OR te bevorderen, vacatures in de OR te vervullen en specifieke deskundigheden van (plaatsvervangende) OR-leden effectief in te zetten.

De ondernemingsraad van de gemeente Stadskanaal heeft gekozen voor plaatsvervangende leden die, al naar het uitkomt, elk OR-lid kunnen vervangen. Indien er een OR-lid tijdelijk uitvalt dan kan de ondernemingsraad gemeente Stadskanaal beroep doen op plaatsvervangende OR-leden, mits er geen kandidaat OR-lid van de lijst waar tijdelijke vervanging nodig is, beschikbaar is.

Lid 3
Deze bepaling regelt alleen een plaatsvervangend voorzitter; dus gewoon een OR-lid dat aangewezen is om de voorzitter te vervangen bij diens afwezigheid.

Artikel 3 Zittingsduur

Lid 1
De Ondernemingsraad kan in zijn reglement bepalen of de zittingsduur twee, drie of vier jaren is (artikel 12, lid 1 en lid 2 WOR). Ingevuld moet hier dus worden hetzij 2 jaar; hetzij 3 jaar; hetzij. 4 jaar. Een zittingsperiode van 2 jaar is in het bijzonder voor nieuwkomers in de Ondernemingsraad tamelijk kort. Een zittingsperiode van 4 jaar daarentegen houdt een nogal lang tijdsverloop in vooraleer de werknemers zich opnieuw in verkiezingen over samenstelling en optreden van de Ondernemingsraad kunnen uitspreken. Ook is het mogelijk bij reglement een rooster van aftreden in te voeren maar dan alleen in combinatie met een vierjarige zittingsperiode. Voor deze mogelijkheid is in dit artikel niet gekozen. Uit de praktijk van alle dag blijkt namelijk dat de meerderheid van de oude Ondernemingsraad meestal ook weer in de nieuwe terugkeert, waardoor de voordelen niet opwegen tegen de nadelen.

Binnen de gemeente Stadskanaal is gekozen om een zittingsperiode van 3 jaar aan te houden.

Lid 2
De Ondernemingsraad kan bij reglement beperkingen vaststellen van de herkiesbaarheid (artikel 12, lid 2 van de WOR), bijvoorbeeld dat een OR-lid maximaal één-, twee- of driemaal herkiesbaar is.

Lid 3
Deze bepaling regelt hoelang een OR-lid zitting mag hebben in de ondernemingsraad en hoelang na hun aftreden zij weer herkiesbaar zijn.

Hoofdstuk 2: OR-Verkiezingen

Artikel 4 Organisatie

De Ondernemingsraad heeft gekozen voor de mogelijkheid om de organisatie van de verkiezingen over te laten aan een verkiezingscommissie. De totale Ondernemingsraad hoeft zich dan met die hele administratieve rompslomp niet bezig te houden. Instelling van een verkiezingscommissie moet via een instellingsbesluit. De bevoegdheid om een (verkiezings)commissie in te stellen, is gebaseerd op artikel 15 van de wet. Zaken als de taak, samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van een in te stellen commissie dienen schriftelijk te worden voorgelegd aan de bestuurder, die zijn goedkeuring hieraan moet verlenen.

Artikel 5 Actief en passief kiesrecht

De Ondernemingsraad gemeente Stadskanaal hanteert voor de samenstelling van haar leden een integraal kiesstelsel in combinatie met een lijstenstelsel.

In een integraal stelsel wordt de ondernemingsraad in zijn geheel gekozen door en uit in de onderneming werkzame personen. In het lijstenstelsel brengt iedere kiezer een stem uit op een lijst die door een vakbond is ingediend, of op een ongeorganiseerde lijst. Hij kan dus slechts één stem uitbrengen, maar op die lijst kan hij wel een bepaald persoon aanwijzen. Een voorkeursstem op een bepaald persoon is daarmee mogelijk.

In de onderneming werkzame personen:
De WOR kent een specifiek werknemersbegrip en gebruikt daarvoor de aanduiding ‘in de onderneming werkzame personen’.
Onder in de onderneming werkzame personen verstaat artikel 1, lid 2 WOR: “degenen die in de onderneming werkzaam zijn krachtens een publiekrechtelijke aanstelling bij dan wel krachtens een arbeidsovereenkomst met de ondernemer die de onderneming in stand houdt”. Wie werkzaamheden verricht in meer ondernemingen van dezelfde ondernemer, wordt geacht werkzaam te zijn in de onderneming van waaruit de werkzaamheden worden geleid.

Onder ‘in de onderneming werkzame personen’ worden op grond van artikel 1, lid 3 WOR mede verstaan:

  • Degenen die ten minste 24 maanden krachtens een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 690 Burgerlijk wetboek (BW) in de onderneming werken (artikel 1, lid 3 onder a WOR).
  • Degenen die op basis van een arbeidsovereenkomst met (of een publiekrechtelijke aanstelling bij) de ondernemer werkzaam zijn in de onderneming van een andere ondernemer (artikel 1, lid 3 onder b WOR).

In beide in lid 3 genoemde gevallen gaat het om werknemers die door de ondernemer ter beschikking worden gesteld aan een andere ondernemer. Onder lid 3 vallen derhalve alle werknemers die door een werkgever worden ‘uitgeleend’ aan een ander om, onder toezicht en leiding van die ander, arbeid te verrichten. Daarbij valt te denken aan werknemers die worden gedetacheerd, maar ook aan uitzendkrachten.
In het eerste geval (artikel 1, lid 3 onder a) hebben deze werknemers niet alleen medezeggenschapsrechten in de onderneming van de eigen, de uitlenende ondernemer, maar ook in de onderneming van de inlenende ondernemer. Er moet sprake zijn van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 690 Burgerlijk wetboek (BW): uitzendovereenkomst is daar bedoeld in ruime zin als iedere arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever wordt uitgeleend.
In het tweede geval (artikel 1, lid 3 onder b) hebben deze werknemers medezeggenschapsrechten in de onderneming van waaruit zij worden uitgeleend.
Op grond van de WOR (artikel 6, lid 2 respectievelijk lid 3) krijgen de in de onderneming werkzame personen het actief kiesrecht (het recht om te mogen kiezen) na zes maanden en het passief kiesrecht (het recht om gekozen te kunnen worden) na twaalf maanden in de onderneming werkzaam te zijn. Formeel zou dit betekenen dat een uitzendkracht pas na 30 maanden actief kiesrecht en na 36 maanden passief kiesrecht krijgt (d.w.z. de 24-maandentermijn plus de zes of twaalf maanden).
De inlenende ondernemer en de OR kunnen echter met toepassing van artikel 6, lid 4 WOR, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet, gezamenlijk besluiten deze uitzendkrachten al vóór het verstrijken van de 24-maandentermijn aan te merken als ‘in de onderneming werkzame personen’. Bovendien kan de OR op basis van artikel 6, lid 5 WOR, indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet, in zijn reglement afwijken van de diensttijdeisen van zes en twaalf maanden van artikel 6, lid 2 en 3. Omgekeerd kunnen ondernemer en OR – ook weer: indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet – gezamenlijk beslissen dat groepen van personen die op grond van artikel 6, lid 4 WOR als ‘in de onderneming werkzaam’ zijn aangemerkt, niet langer als zodanig worden beschouwd; de eerdere gezamenlijke beslissing tot uitbreiding van de kring van in de onderneming werkzame personen wordt dan weer ongedaan gemaakt.
Aan toepassing van artikel 6, lid 4 WOR en eventueel artikel 6, lid 5 WOR kan ook behoefte bestaan ten aanzien van personen van wie niet volstrekt duidelijk is of zij hun werkzaamheden in of voor de onderneming verrichten op basis van een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling dan wel op een andere (juridische) basis; te denken valt onder meer aan thuiswerkers, oproepkrachten en vrijwilligers. Bij twijfel of deze personen op grond van de WOR vallen onder het begrip ‘in de onderneming werkzame personen’, of indien ondernemer en OR dat om een andere reden wenselijk vinden, kunnen zij hen als zodanig aanmerken.
Voor besluiten tot uitbreiding van de kring van de in de onderneming werkzame personen, respectievelijk het ongedaan maken daarvan, geldt dat deze niet thuishoren in het reglement. Afspraken als bedoeld in artikel 6, lid 4 WOR kunnen worden opgenomen in een afzonderlijk document, dat als bijlage bij het reglement wordt gevoegd. Indien ondernemer en OR niet tot overeenstemming komen over de uitbreiding of het ongedaan maken daarvan, kunnen zij de kantonrechter om een beslissing vragen. Alvorens of in plaats van een procedure te starten bij de kantonrechter kunnen zij ook (apart dan wel gezamenlijk) de bedrijfscommissie om bemiddeling vragen.

Actief kiesrecht (het recht om te kiezen):
Het eerste lid komt letterlijk overeen met artikel 6, tweede lid, van de WOR. Artikel 6, vijfde lid, van de WOR staat afwijking toe mits dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR in de onderneming.

Om kiesgerechtigd te zijn dienen de, in de organisatie, werkzame personen te voldoen aan de diensttijdeis, welke op grond van artikel 6 lid 3 van de WOR tenminste 6 maanden is voor medewerkers met een publiekrechtelijke aanstelling bij de gemeente Stadskanaal. Dit geldt ook voor personen met een publiekrechtelijke aanstelling bij de gemeente Stadskanaal die gedetacheerd zijn bij een andere organisatie. Voor de personen werkzaam in de organisatie met een ander dienstverband dan een publiekrechtelijke aanstelling bij de gemeente Stadskanaal (zoals uitzendkrachten en gedetacheerden van buiten de organisatie), geldt dat zij minstens 30 maanden werkzaamheden uitgevoerd moeten hebben uitgevoerd bij de gemeente Stadskanaal voordat men kiesgerechtigd is.
De gemeente Stadskanaal heeft er, in overleg met de bestuurder, voor gekozen dat voor personen die niet werkzaam zijn bij de gemeente, op een wijze zoals aangegeven onder de leden 2 en 3 van artikel 6 van de wet , geldt dat zij minimaal 30 maanden werkzaamheden moeten hebben uitgevoerd bij de gemeente Stadskanaal voordat men kiesgerechtigd is. Indien een persoon met een ander dienstverband dan een publiekrechtelijke aanstelling, een publiekrechtelijke aanstelling krijgt is afgesproken dat de tijd voorafgaande aan de publiekrechtelijke aanstelling meetelt voor de diensttijdeis.

Passief kiesrecht (het recht om gekozen te worden):
Voor het recht gekozen te worden geldt een diensttijdeis van tenminste 12 maanden. Dit geldt ook voor personen met een publiekrechtelijke aanstelling bij de gemeente Stadskanaal die gedetacheerd zijn bij een andere organisatie. Voor de personen werkzaam in de organisatie met een ander dienstverband dan een publiekrechtelijke aanstelling bij de gemeente Stadskanaal (zoals uitzendkrachten en gedetacheerden van buiten de organisatie), geldt dat zij minstens 36 maanden werkzaamheden uitgevoerd moeten hebben uitgevoerd bij de gemeente Stadskanaal voordat men verkiesbaar is.
De gemeente Stadskanaal heeft er, in overleg met de bestuurder, voor gekozen dat voor personen die niet werkzaam zijn bij de gemeente, op een wijze zoals aangegeven onder de leden 2 en 3 van artikel 6 van de wet , geldt dat zij minimaal 36 maanden werkzaamheden moeten hebben uitgevoerd bij de gemeente Stadskanaal voordat men verkiesbaar is. Indien een persoon met een ander dienstverband dan een publiekrechtelijke aanstelling, een publiekrechtelijke aanstelling krijgt is afgesproken dat de tijd voorafgaande aan de publiekrechtelijke aanstelling meetelt voor de diensttijdeis.

Artikel 6 Datum verkiezingen

Lid 1
Zie de toelichting bij artikel 4. Ook hier geldt dat als er een verkiezingscommissie is die verantwoordelijk is, de totale ondernemingsraad zich niet hoeft bezig te houden met de vaak vrij omvangrijke administratieve werkzaamheden. De 15 weken zijn nodig om de hele administratieve afwikkeling van de verkiezingen inclusief kandidaatstelling door de bonden mogelijk te maken. Vandaar dat gekozen is voor een periode van 15 weken.

Lid 2
Hier moet strikt de hand aan gehouden worden aangezien er na het verstrijken van de zittingsperiode geen rechtens geldige Ondernemingsraad meer bestaat.

Lid 3
In de praktijk maakt de gemeente Stadskanaal gebruik van één centraal stembureau. Tijdens de verkiezingen dient er voor het stembureau een lijst opgesteld te worden van alle in de onderneming werkzame kiesgerechtigde personen die hun stem mogen uitbrengen.

Artikel 7 Kandidaatstelling

Algemene toelichting
Artikel 7 regelt de procedure en fasering van de kandidaatstelling en is een uitwerking van artikel 9, lid 2 WOR. In die bepaling is sprake van twee soorten kandidatenlijsten, namelijk die welke door werknemersorganisaties kunnen worden ingediend en die welke door in de onderneming werkzame kiesgerechtigde personen of groepen van personen kunnen worden ingediend; de laatste lijsten worden ook wel ‘vrije lijsten’ genoemd.
Ten aanzien van de verkiezingsprocedure bepaalt de WOR niet meer dan dat de OR in zijn reglement nadere regelen stelt betreffende de kandidaatstelling, de inrichting van de verkiezingen, de vaststelling van de uitslag en over de vervulling van tussentijdse vacatures (artikel 10 WOR). Om de verkiezing goed te laten verlopen is het verstandig een tijdschema te hanteren, zodat alle betrokkenen weten waar zij zich in het proces bevinden en daarmee waar zij aan toe zijn.

Lid 1
Met de termijn van 12 weken in lid 1 van dit artikel sluit de ondernemingsraad Stadskanaal aan bij het Modelreglement van de SER. De ondernemingsraad heeft dan 1 week de tijd om de lijsten met verkiesbare en kiesgerechtigde personen (het kiesregister)op te stellen. (Zie artikel 6 van dit reglement waar staat dat 15 weken voor de verkiezingsdatum iedereen van die verkiezingen op de hoogte moet zijn gebracht.) De periode van 12 weken geeft de werknemersverenigingen de tijd om de hoeveelheid werkzaamheden te verrichten die ze voorafgaande aan de definitieve kandidaatstelling hebben.
In het kiesregister staan namen, voorletters van alle werknemers met daarbij vermeld of ze passief en/of actief kiesrecht hebben(N.B.: ook van oproepkrachten en thuiswerkers voorzover die een arbeidsovereenkomst hebben met de ondernemer).
Deze lijst is onmisbaar voor de gehele verdere gang van zaken. De vereiste gegevens zullen daarom tijdig door de ondernemer verschaft moeten worden, deze verplichting vloeit voort uit artikel 31 lid 1 van WOR.

Lid 2
Overgebleven kandidaat OR-leden kunnen ook als plaatsvervanger optreden.

Lid 5
Het in lid 5 bepaalde heeft betrekking op de zogenaamde 'vrije lijsten'. Een vrije lijst kan worden ingediend door personen die geen lid zijn van een werknemersorganisatie welke een kandidatenlijst heeft ingediend.
Artikel 9, lid 2 sub b WOR bepaalde tot 19 juli 2013 dat de indiening van vrije lijsten diende te worden ondersteund door een bepaald aantal kiesgerechtigde werknemers via hun handtekening. Met de wetswijziging van deze datum is dit vereiste geschrapt. Door de formulering van de nieuwe wettelijke bepaling is – waarschijnlijk onbedoeld – in één situatie alsnog ondersteuning voor een vrije kandidatenlijst nodig: indien een (verkiesbare) werknemer lid is van een werknemersorganisatie die een kandidatenlijst heeft ingediend, maar zich niet via zijn bond, maar via een vrije lijst wil kandideren, kan hij zelf geen kandidatenlijst indienen. Hij heeft daarvoor dan de ondersteuning van (ten minste) een andere (kiesgerechtigde) werknemer nodig die geen lid is van een werknemersorganisatie die een kandidatenlijst heeft ingediend.
Een lid van een vakorganisatie, waarvan de vakorganisatie een kandidatenlijst heeft ingediend, mag kandidaat zijn op een 'vrije lijst' maar deze dus niet zelf (mede) indienen. Indien de vakorganisatie waarvan een werknemer lid is geen kandidatenlijst heeft ingediend, mag bedoelde werknemer zich zowel kandidaat stellen op een 'vrije lijst' als deze 'vrije lijst' (mede) indienen.
Zie ook artikel 16

Artikel 8 Geldigheid kandidatenlijst

Dit artikel regelt de geldigheid van de ingediende kandidatenlijsten en behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 9 Enkele kandidaatstelling

Dit artikel geeft een voorziening voor het geval dat het totale aantal gestelde kandidaten gelijk is aan, of kleiner is dan het aantal (conform artikel 2 van dit modelreglement) in de OR te bezetten zetels.
a. Wanneer het aantal kandidaten kleiner is dan het aantal te bezetten zetels verdient het aanbeveling, bijvoorbeeld na een half jaar, een tussentijdse verkiezing te organiseren ter bezetting van de vacant gebleven zetels. Zie over tussentijdse verkiezing de toelichting bij artikel 15

Hoofdstuk 3: Wijze van stemmen bij verkiezingen

Artikel 10 Verkiezingen

Elektronisch stemmen is weliswaar strikt formeel niet toegestaan in de WOR (‘schriftelijke stemming’), maar vindt in de praktijk in toenemende mate plaats. Voorwaarde bij elektronisch stemmen is wel dat de gebruikte apparatuur en in het verlengde daarvan ook de programmatuur die daarvoor nodig is, van dien aard zijn dat de geheimhouding van de stemming is gewaarborgd. Niet herleidbaar moet zijn welke stem door welke werknemer is uitgebracht. Verder is van belang dat wordt geregistreerd dat er is gestemd, waardoor het onmogelijk is om een tweede keer te stemmen.

Artikel 11 Aantal stemmen

Algemene toelichting
Er zijn twee soorten kiesstelsels: het lijstenstelsel en het personenstelsel.
In het personenstelsel worden de ingediende kandidatenlijsten samengevoegd tot één lijst waarop alle kandidaten zijn vermeld. Iedere kiezer brengt stemmen uit op verschillende kandidaten: in beginsel moet hij op het stembiljet evenveel kandidaten van zijn stem voorzien als er zetels in de OR te bezetten zijn. Het aantal op een kandidaat uitgebrachte stemmen bepaalt of deze is gekozen.
In dit stelsel worden dus rechtstreeks personen gekozen. Om dit stelsel goed te laten functioneren is het gewenst dat de kiezers de kandidaten persoonlijk (kunnen) kennen, wat bij kleinere ondernemingen veelal het geval is.
In het lijstenstelsel wordt er gekozen op een lijst van kandidaten met een programma of bepaalde belangen.

Het lijstenstelsel is enigszins te vergelijken met verkiezingen voor de gemeenteraad of de Tweede Kamer, waarbij de kiezer gewoonlijk niet op een bepaalde persoon stemt, maar meer op een programma of op bepaalde belangen. In het lijstenstelsel brengt iedere kiezer één stem uit, en wel op een van de kandidatenlijsten, met dien verstande dat hij daarbij tegelijkertijd uit de op de betrokken lijst genoemde kandidaten er één aanwijst naar wie zijn eerste voorkeur uitgaat: de ‘voorkeurstem’, die in de praktijk vaak wordt gegeven aan de ‘lijsttrekker’. Het totaal aantal zetels dat aan de lijst wordt toegekend, wordt in eerste instantie, via de zogenoemde kiesdeler, bepaald door het aantal op de lijst uitgebrachte stemmen en in tweede instantie door het aantal reststemmen. Vervolgens wordt aan de hand van de volgorde van de namen op de lijsten vastgesteld welke kandidaten uit elke lijst zijn gekozen, waarbij evenwel de voorkeurstemmen medebepalend zijn. Voorkeurstemmen kunnen de volgorde op de lijst doorbreken. Ten aanzien van de voorkeurstemmen dient het reglement een voorziening te bevatten, bijvoorbeeld deze, dat degene die zoveel stemmen heeft verkregen als de kiesdeler bedraagt, in ieder geval een zetel krijgt toegewezen, ongeacht de plaats die hij op de lijst inneemt. Artikel 13 van dit modelreglement bevat een dergelijke voorziening.
Het is in het lijstenstelsel wenselijk dat iedere kandidatenlijst de namen bevat van ten minste evenveel personen als er – naar verwachting van de indiener(s) van de lijst – bij de verkiezing uit die lijst zullen worden verkozen. Bevat in dit stelsel een lijst minder namen dan het aantal zetels waarop na de verkiezing die lijst recht heeft, dan zouden er direct vacatures ontstaan. Daarom is in het Voorbeeldreglement ondernemingsraden gekozen voor een systematiek waarbij de overblijvende zetel(s) overgaan op een of meer van de overige lijsten, waarop kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen. Zijn ook die lijsten ‘uitgeput’ zonder dat alle zetels zijn bezet, dan ontstaan vacatures en wordt de vacatureregeling van artikel 15 van het reglement van toepassing.
Tussentijdse vacatures worden bij dit systeem, indien de lijst nog niet is ‘uitgeput’, vervuld door een kandidaat van dezelfde lijst.
Het is zinvol ernaar te streven dat een kandidatenlijst zodanig is samengesteld dat daarin zo veel mogelijk verschillende categorieën werknemers in de onderneming zijn terug te vinden (vrouwen / mannen, ouderen / jongeren, verschillende functiegroepen, etc.).
Het lijstenstelsel komt vooral in aanmerking voor grote ondernemingen, waarbij de kiezers en de kandidaten elkaar veelal niet persoonlijk kennen.
Enkele verschillen tussen personen- en lijstenstelsel.
Het kenmerkende verschil tussen beide stelsels is dat in het personenstelsel de kiesgerechtigden primair kiezen voor personen in wie zij een speciaal – persoonsgericht – vertrouwen hebben, terwijl in het lijstenstelsel de stem primair wordt uitgebracht op een bepaald ‘(verkiezings)programma’ waarbij het minder gaat om de personen die op de lijst voorkomen. Het lijstenstelsel kan worden gehanteerd wanneer er sprake is van een soort van ‘partijvorming’: de lijsten worden samengesteld en bij de kandidaatstelling ingediend door ‘partijen’; dat kan zijn een werknemersorganisatie of een groep (‘partij’) werknemers; de partij vertegenwoordigt gewoonlijk een – meer of minder uitgewerkt – programma. De kiezer kan, anders dan bij het personenstelsel, niet stemmen op een reeks van door verschillende kandidaatstellende groeperingen voorgestelde kandidaten, maar brengt één stem uit op een door één partij ingediende lijst van kandidaten. Een dergelijk stelsel wordt bijvoorbeeld gehanteerd bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Een ander verschil tussen beide stelsels doet zich voor bij vacatures: bij toepassing van artikel 15, lid 1 van het modelreglement – dat betrekking heeft op de voorziening in tussentijdse vacatures (zie ook de toelichtende aantekeningen bij dat artikel) – is bij het personenstelsel niet verzekerd dat de opvolger hetzelfde ‘programma’ voorstaat als zijn voorganger; in het lijstenstelsel is dat juist (zolang de lijst niet is uitgeput) wel het geval.

Het kenmerkende verschil tussen beide stelsels is dat in het personenstelsel de kiesgerechtigden primair kiezen voor personen in wie zij een speciaal – persoonsgericht – vertrouwen hebben, terwijl in het lijstenstelsel de stem primair wordt uitgebracht op een bepaald ‘(verkiezings)programma’ waarbij het minder gaat om de personen die op de lijst voorkomen. Het lijstenstelsel kan worden gehanteerd wanneer er sprake is van een soort van ‘partijvorming’: de lijsten worden samengesteld en bij de kandidaatstelling ingediend door ‘partijen’; dat kan zijn een werknemersorganisatie of een groep (‘partij’) werknemers; de partij vertegenwoordigt gewoonlijk een – meer of minder uitgewerkt – programma. De kiezer kan, anders dan bij het personenstelsel, niet stemmen op een reeks van door verschillende kandidaatstellende groeperingen voorgestelde kandidaten, maar brengt één stem uit op een door één partij ingediende lijst van kandidaten. Een dergelijk stelsel wordt bijvoorbeeld gehanteerd bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer.
Een ander verschil tussen beide stelsels doet zich voor bij vacatures: bij toepassing van artikel 15, lid 1 van het modelreglement – dat betrekking heeft op de voorziening in tussentijdse vacatures (zie ook de toelichtende aantekeningen bij dat artikel) – is bij het personenstelsel niet verzekerd dat de opvolger hetzelfde ‘programma’ voorstaat als zijn voorganger; in het lijstenstelsel is dat juist (zolang de lijst niet is uitgeput) wel het geval.

De Ondernemingsraad gemeente Stadskanaal heeft gekozen voor hanteren van het lijstenstelsel omdat daardoor het werken met een programma mogelijk is. De kiezers weten dan ook via het programma waarop ze stemmen en niet alleen op wie. Bovendien kunnen vacatures worden opgevuld met iemand van dezelfde lijst, zodat je ook weet waarvoor het nieuwe lid van de ondernemingsraad staat. Deze voordelen ontbreken in het personenstelsel.

Artikel 12 Stembiljetten

De gemeente Stadskanaal heeft afgesproken dat indien de ondernemingsraad de verkiezingen heeft uitbesteed aan een commissie worden de stemmen geteld en beoordeeld door leden van de kiescommissie die geen lid zijn van de ondernemingsraad en/of geen kandidaat zijn.

Artikel 13 Toewijzing der zetels

Lid 1
Bij de bepaling van de uitslag in het lijstenstelsel wordt in eerste instantie gekeken naar het aantal op de afzonderlijke lijsten uitgebrachte stemmen. Zetels worden toegekend naar verhouding van het aantal malen dat een lijst de kiesdeler haalt (kiesdeler is het totale aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal te bezetten zetels). In de meeste gevallen zullen op deze wijze niet alle zetels toegewezen kunnen worden. De overblijvende zetels (restzetels) worden dan achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten met de grootste stemmenoverschotten. Nadat op bovenstaande wijze de zetels toegewezen zijn aan de afzonderlijke lijsten. worden in tweede instantie de aan een lijst toegevallen zetels toegewezen aan de daarop staande kandidaten in de volgorde waarop zij op de lijst voorkomen. Deze volgorde wordt echter doorbroken door de zogenaamde voorkeurstemmen. Hiervan is sprake als een kandidaat geheel zelfstandig een hele kiesdeler haalt.

Samengevat bestaat de systematiek van zeteltoedeling in het lijstenstelsel bestaat uit de navolgende stappen:

  • 1. Bepalen kiesdeler (totaal uitgebrachte stemmen gedeeld door aantal beschikbare zetels).
  • 2. Toekennen zetels aan lijsten op basis van de kiesdeler.
  • 3. Toedelen restzetel(s) aan lijst(en) met de meeste overschotstemmen.
  • 4. Toedelen van de door de lijsten verkregen zetels aan de kandidaten op die lijst.
  • 5. Krijgt een lijst meer zetels toegedeeld dan hij kandidaten bevat, dan gaan de zetels naar (een) andere lijst(en). Dit geldt ook voor rest zetels.

Dit betekent dat zetels die niet kunnen worden toegewezen als restzetels worden aangemerkt en als zodanig zullen worden verdeeld. Voordeel van deze bepaling is dat wanneer er meer zetels kunnen worden toegekend dan er kandidaten zijn gesteld, er geen aanvullende verkiezingen hoeven worden gehouden.

Lid 2
Met "bekendmaken" wordt hier bedoeld dat zowel het aantal stemmen per lijst als het aantal stemmen per kandidaat bekend gemaakt wordt ongeacht of de kandidaat gekozen is. De namen van de gekozen kandidaten kan men dan in de uitslag bijvoorbeeld onderstrepen. Het bekend maken van de uitslag van de verkiezingen vloeit voort uit artikel 11 van de WOR.

Artikel 14 Bewaren van stembiljetten

Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 15 Voorziening in tussentijdse vacatures en tijdelijke vervanging

Dit artikel vindt zijn grondslag in artikel 10 van de WOR waarin aan de Ondernemingsraad wordt opgedragen nadere regelen te treffen inzake de kandidaatstelling, de inrichting van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag daarvan, alsmede betreffende de vervulling van tussentijdse vacatures in de Ondernemingsraad.

Een tussentijdse vacature in de Ondernemingsraad doet zich alleen voor wanneer een lid:

  • zijn OR-lidmaatschap beëindigt (dus uit de OR gaat); of
  • ophoudt werkzaam te zijn in de onderneming.

Dit laatste gebeurt wanneer hij van werkkring verandert, gepensioneerd wordt of overlijdt. In andere gevallen bijvoorbeeld als een OR-lid langdurig afwezig is, kan niet van een vacature worden gesproken. Als een OR-lid langer dan 6 weken afwezig kan de ondernemingsraad een beroep doen op de kandidaten van de vervangingslijst om het betreffende OR-lid te vervangen.
Het is de bedoeling van de ondernemingsraad dat voor opvulling van vacatures de kandidatenlijsten moeten worden gehanteerd die zijn ingediend ter gelegenheid van de algemene verkiezingen. In het lijstenstelsel is de opvolger de kandidaat die voor een zetel in aanmerking zou zijn gekomen wanneer aan de lijst waarop het uitgevallen OR-lid kandidaat was gesteld één zetel meer zou zijn toegekend.
Indien er geen kandidaten meer op de lijst van het uitgevallen OR-lid staan, kan een plaatsvervanger ingezet worden, tot de vacature door tussentijdse verkiezingen te houden, wordt ingevuld, tenzij er binnen zes maanden reguliere verkiezingen plaatsvinden. In dat geval kan het plaatsvervanger het resterende OR-termijn aanblijven. Een plaatsvervanger kan ook OR-lid worden als er zich geen andere kandidaten voor tussentijdse verkiezingen aanmelden en er geen bezwaar ingediend wordt conform artikel 16.

Artikel 16 Bezwarenregeling

Lid 1
Deze bezwarenregeling moet goed onderscheiden worden van de algemene geschillenregeling uit artikel 36 van de WOR. De regeling van artikel 16 beoogt slechts een mogelijkheid te scheppen om de ondernemingsraad te wijzen op vergissingen bij de organisatie van de verkiezingen en het invullen van vacante zetels.
Te denken valt bijvoorbeeld aan het bezwaar van een persoon die ten onrechte niet vermeld staat op de lijst van kiesgerechtigde personen. In veruit de meeste gevallen kan de ondernemingsraad de zaak dan herzien. Mochten de problemen echter niet opgelost worden, dan is er uiteindelijk altijd nog de weg van artikel 36 van de wet.

Lid 2
Veelal is in bedoelde situaties een snelle beslissing nodig.
Onder de noodzakelijke voorzieningen kunnen vele zaken verstaan worden, o.a. herziening, enige versoepeling van de in acht te nemen termijnen, enz.
Ingeval de OR de organisatie van de verkiezing heeft opgedragen aan een verkiezingscommissie, kan het bezwaar ook worden ingediend bij die commissie, die het vervolgens, voorzien van haar commentaar, voorlegt aan de OR.

Hoofdstuk 4: Werkwijze en secretariaat

Artikel 17 Vergaderingen

Lid 1
Bij sub b van dit artikel wordt het aantal leden ingevuld die een verzoek kunnen indienen voor het houden van een OR-vergadering. Dit aantal is afhankelijk van de grootte van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft gekozen voor het aantal van twee leden. Doelstelling van deze eis is te voorkomen dat de ondernemingsraad bijeen wordt geroepen ter bespreking van zaken die onvoldoende draagvlak hebben waarbij de drempel ook weer niet zo hoog kan zijn dat hiervan in de praktijk geen gebruik kan worden gemaakt.

Lid 3
Het termijn van zevendagen houdt verband met artikel 14, lid 2 onder g WOR, dat voorschrijft dat de leden van de OR, behoudens in spoedeisende gevallen, niet later dan zeven dagen vóór de vergadering in kennis dienen te worden gesteld van de agenda voor die vergadering.
Als regel dient de agenda dan ook samen met de oproep voor de vergadering te worden meegezonden, zodat de leden van de OR daarvan tijdig kunnen kennis nemen en zich daarop kunnen voorbereiden. Zie over de ‘secretaris van de OR’ ook de aantekeningen bij artikel 18 van dit modelreglement.

Lid 4
Deze bepaling regelt het quorum (is het aantal zitting hebbende leden dat tenminste aanwezig moet zijn wil er een geldige OR-vergadering gehouden kunnen, worden).
In de praktijk kan een vergadering zonder het genoemde quorum doorgaan zolang er geen besluiten genomen worden waar het quorum voor nodig is.

Lid 6:
Indien noch de voorzitter noch diens plaatsvervanger aanwezig is, moet bij het begin van de vergadering een tijdelijke voorzitter aangewezen worden door de aanwezige leden.

Artikel 18 Secretariaat

Lid 1:
Artikel 14 WOR schrijft voor dat het reglement voorzieningen inzake het secretariaat van de OR moet bevatten. Zulke voorzieningen betreffen onder meer de benoeming en de taak van de secretaris.

De OR zal in het algemeen een van zijn leden kiezen tot zijn secretaris. Met ‘de secretaris van de OR’ (de bestuurlijk secretaris) wordt dan ook meestal deze persoon bedoeld die door de OR uit zijn midden is gekozen. Het komt nogal eens voor dat de ondernemer aan de OR een andere in of voor de onderneming werkzame persoon, niet zijnde OR-lid, als secretaris ‘toevoegt’. Deze persoon wordt veelal aangeduid als de ‘ambtelijk secretaris’. De OR kan, in plaats van een van zijn leden, deze persoon tot ‘secretaris van de OR’ benoemen, bijvoorbeeld als geen van de OR-leden voor het secretariaat beschikbaar is. Waar elders in dit reglement wordt gesproken van ‘de secretaris van de OR’ of van ‘de secretaris’ is bedoeld degene die voor de OR daadwerkelijk als zijn secretaris fungeert. In de praktijk fungeert de door de ondernemer toegevoegde secretaris echter meestal naast de (bestuurlijk) secretaris van de OR.
Deze ambtelijk secretaris verricht dan onder verantwoordelijkheid van de secretaris van de OR werkzaamheden ten behoeve van (het secretariaat van) de OR. In dit verband is van belang dat de ondernemer, behalve aan de OR zelf en zijn commissies, ook aan de door hem toegevoegde secretaris het gebruik van de in artikel 17 WOR bedoelde faciliteiten toestaat.
De door de ondernemer toegevoegde secretaris geniet eveneens bescherming tegen benadeling en ontslag (artikel 21 WOR en artikel 7: 670 BW).

Lid 4:
Dit bepaling regelt het quorum: minstens de meerderheid van de (zittende) leden (dus de helft plus één lid) moet aanwezig zijn. Het moet gaan om de meerderheid van de zittende leden: ingeval er een vacature is, telt de vacante zetel niet mee bij de bepaling van het quorum. De regel inzake het quorum moet worden onderscheiden van de bepaling inzake de meerderheid waarmee de OR beslissingen moet nemen

Artikel 19 Agenda

Lid 2
De wet noemt een termijn van 7 dagen, dit vloeit voort uit artikel 14, lid 2, onder g van de WOR. De ondernemingsraad Stadskanaal sluit aan bij deze termijn.

Artikel 20 Besluitvorming

Lid 1
De Ondernemingsraad heeft ervoor gekozen dat besluiten bij gewone meerderheid van stemmen wordt aangenomen. Dit betekent dat meer dan de helft van het aantal uitgebrachte stemmen zich vóór een voorstel uitspreekt.

Lid 3
Bij het systeem van de meeste stemmen geldt dat dát voorstel is aangenomen dat meer stemmen kreeg dan elk van de andere voorstellen.
Herstemming wordt gehouden tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Als er van de betrokken kandidaten meer dan twee kandidaten zijn. die evenveel stemmen hebben, dan beslist het lot.

Lid 4
Wanneer de stemmen staken bij het nemen van een besluit dat geen betrekking heeft op een persoon, wordt het voorstel meegenomen naar de eerst volgende vergadering. Wanneer dan wederom de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 21 Verslaggeving

Lid 1:
Het verslag dat de secretaris maakt van de vergadering van de OR dient een weergave te bevatten van de gevoerde discussies en een omschrijving van de genomen besluiten.
De leden van de OR hebben de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de inhoud van het conceptverslag, in principe tot de eerstvolgende OR-vergadering waarin indien nodig over de inhoud van het verslag wordt beslist en het verslag wordt vastgesteld. Bezwaren kunnen alleen betrekking hebben op de weergave van het besprokene en niet strekken tot wijziging van wat ter vergadering werkelijk is gezegd. In de praktijk zal de secretaris een conceptverslag openbaar maken dat al is aangepast naar aanleiding van gemaakte bezwaren van de leden.

Artikel 22 Jaarverslag

Lid 1
Het jaarverslag en de bekendmaking ervan vinden hun basis in artikel 14 lid 2, onder h. van de wet. Het is wenselijk dat het jaarverslag verschijnt binnen een redelijke termijn na afronding van het zittingsjaar van de OR (dat niet hoeft samen te vallen met het kalenderjaar).

Lid 3
De achtergrond van een personeelsbespreking van het Jaarverslag is dat de werknemers dan 1 keer per jaar in de gelegenheid worden gesteld het werk van de ondernemingsraad te evalueren en afspraken te maken voor het komende jaar. Los hiervan staat een tussentijdse achterbanraadpleging over een bepaald onderwerp.

De ondernemer is wettelijk verplicht de Ondernemingsraad gelegenheid te bieden om de achterban te raadplegen en tevens om de werknemers in staat te stellen daaraan mee te werken. Uiteraard voor zover redelijkerwijs noodzakelijk. Gedacht kan worden aan raadpleging in werktijd, het houden van een schriftelijke enquête, maar onder bepaalde bijzondere omstandigheden. Ook aan een bijeenkomst in de onderneming (gedeeltelijk) buiten werktijd.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen

Artikel 23 Wijzigen reglement

Lid 2:
Deze bepalingen vloeien voort uit artikel 8, lid 1 WOR.

Lid 3:
Lid 3 gaat over het zogenoemde quorum: het aantal OR-leden dat aanwezig moet zijn om een rechtsgeldige OR-vergadering te kunnen houden. Het is verstandig om te bepalen dat voor een wijziging van het reglement niet de gewone meerderheid, maar een gekwalificeerde meerderheid van de OR-leden (namelijk twee derde) ter vergadering aanwezig dient te zijn.

Lid 5:
Het reglement wordt bekend gemaakt op intranet, op de regelingenbank van de Gemeente Stadskanaal, via nieuwsbrief en op de gemeentepagina.

Artikel 24 Citeertitel en inwerkingtreding

Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven