Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Reglement van Orde op de Welstandscommissie » 08-07-2004

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Reglement van Orde op de Welstandscommissie

Deze regeling is in werking getreden op 08-07-2004.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Reglement van Orde op de Welstandscommissie
Citeertitel Reglement van Orde op de Welstandscommissie
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp volkshuisvesting en woningbouw

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Gemeentewet, art. 149 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
08-07-2004 nieuwe regeling 28-06-2004
De Kanaalstreek, 30-06-2004
R 6239

Artikel 1 Aanwijzing commissie

  • 1.1 De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan Burgemeester en wethouders (B & W) advies uitbrengt inzake de welstand conform de Woningwet 2002.
  • 1.2 Mede op grond van haar contract met Libau, wijst de gemeente de Stichting Libau, welstands- en monumentenzorg Groningen, hierna te noemen Libau, aan als organisatie onder wiens verantwoordelijkheid de welstandscommissie van de gemeente functioneert.

Artikel 2 Taken

De welstandscommissie is belast met zowel wettelijk als niet wettelijk verplichte taken.
De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijke welstandsbeleid zoals vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.

2.1 Wettelijke taken

  • 1. De welstandscommissie adviseert B & W over de welstandsaspecten van reguliere en gefaseerde aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in artikel 48 lid 1 en 56a lid 5 sub b van de Woningwet.
  • 2. De welstandscommissie adviseert B & W over de welstandsaspecten van licht vergunningplichtige aanvragen om bouwvergunning als bedoeld in artikel 48 lid 1 van de Woningwet wanneer de gemeente haar in voorkomende gevallen hierom verzoekt.
  • 3. De welstandscommissie stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag op van de door haar verrichte werkzaamheden over het daaraan vooraf gaande jaar ten behoeve van de gemeenteraad.

2.2 Niet-wettelijke taken

De welstandscommissie verricht naast de wettelijke taken de volgende werkzaamheden:

  • 1. adviseren over excessen, dat wil zeggen buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn.
  • 2. het onder regie van de gemeente voeren van (voor)overleg met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen.
  • 3. het beoordelen van aanvragen voor een reclamevergunning
  • 4. het uitbrengen van adviezen over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde ruimtelijke plannen en andere relevante beleidsstukken.
  • 5. gevraagd en ongevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente.
  • 6. stimuleren en bijdragen in de ontwikkeling en vormgeving van het welstandsbeleid.
  • 7. het voeren van regelmatig overleg met het gemeentebestuur en de betrokken ambtelijke afdelingen.
  • 8. het bevorderen van de openbaarheid en het voorzien in voorlichting over de ruimtelijke kwaliteit.

2.3 Monumentenzorg

De uitgebreide welstandscommissie adviseert B & W tevens over monumentenaspecten op basis van de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening

Artikel 3 Samenstelling commissie

3.1 De welstandscommissie heeft in principe de volgende samenstelling:

  • 9. een voorzitter
  • 10. een secretaris tevens rayonarchitect van Libau
  • 11. twee architecten
  • 12. een stedenbouwkundige

[ De nummering van dit artikel moet zijn 1, 2, 3 en 4 ]

3.2 Onder Libau ressorteert tevens een monumentencommissie.

Deze commissie heeft in principe de volgende samenstelling:

  • 1. een voorzitter
  • 2. een secretaris tevens rayonarchitect van Libau
  • 3. een architect
  • 4. een monumentenarchitect
  • 5. een stedenbouwkundige
  • 6. een architectuurhistoricus

3.3

Andere disciplines kunnen al dan niet facultatief aan de commissie worden toegevoegd, zoals een monumentendeskundige, een kunsthistoricus of een landschapsarchitect. De gemeente kan ook een burgerlid in de commissie benoemen.

3.4

De welstandscommissie adviseert op basis van de Woningwet 2002 en de monumentencommissie, die in voorkomende gevallen als integrale welstands- en monumentencommissie fungeert, tevens op grond van de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke monumentenverordening.

Artikel 4 Profiel en taakomschrijving commissieleden

4.1 Commissieleden

Van de leden van de commissie wordt verwacht dat zij zijn geïnteresseerd in de ruimtelijke kwaliteit, communicatief zijn ingesteld en in staat zijn om hun welstandsoordeel adequaat te kunnen verwoorden. Zij moeten over bouwplannen kunnen communiceren en oordelen zonder te vervallen in architectuurkritiek of preoccupaties ten aanzien van stijlen en trends.
De architecten en stedenbouwkundigen in de commissie dienen vakkundig te zijn en kennis te hebben van de geschiedenis van de architectuur, onderscheidenlijk de (steden)bouwkunst en de hedendaagse ontwikkelingen daarvan.
De commissieleden zijn onafhankelijk en onpartijdig. Indien in een commissievergadering plannen aan de orde komen waarbij een commissielid is betrokken, neemt dit lid geen deel aan de vergadering.

4.2 De voorzitter

De voorzitter is in eerste instantie verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de algemene kwaliteit van de oordeelsvorming. Daarnaast is bestuurlijke ervaring, inzicht in lokale besluitvormingsprocessen alsmede kennis van de ontwikkelingen op het terrein van de ruimtelijke kwaliteit in de provincie Groningen van belang. De voorzitter treedt op als gastheer of - vrouw voor alle aanwezigen en bewaakt de voortgang van de agenda. De voorzitter draagt zorg voor een voor de aanwezigen heldere samenvatting en conclusie na de inhoudelijke discussie.

4.3 De secretaris

De secretaris, zijnde de rayonarchitect van de gemeente, voert onder regie van de gemeente als gemandateerd commissielid vooroverleg met de planindieners, ontwerpers en ander belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van de adviesaanvragen in de commissie voor.

Tijdens de vergadering introduceert de secretaris de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid en het planologische kader en dergelijke voor het relevante plan c.q. het gebied. Onder verantwoordelijkheid van de secretaris wordt de beraadslaging en de conclusie over een bouwplan uitgewerkt in een schriftelijk advies.

Artikel 5 Benoeming en zittingsduur

  • 5.1 De leden van de commissie worden op voorstel van B & W benoemd en ontslagen door de gemeenteraad. Libau verzorgt de voordracht aan B & W.
  • 5.2 De leden van de commissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
  • 5.3 Ter wille van de continuïteit geschiedt de benoeming van de commissieleden volgens een alternerend stelsel. Het rooster van aftreden wordt door Libau opgesteld en bijgehouden. De nieuw benoemde commissieleden ontvangen hun benoemingsbesluit van Libau.

Artikel 6 Jaarlijkse verantwoording

6.1 De commissie

De commissie stelt jaarlijks voor 1 mei een verslag van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad op, waarin tenminste aan de orde komt:

  • op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria;
  • de werkwijze van de commissie;
  • op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;
  • de aard van de beoordeelde plannen;
  • de bijzondere projecten.

De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijke ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.

6.2 Burgemeester en wethouders

B & W leggen de gemeenteraad jaarlijks een verslag voor waarin zij uiteenzetten:

  • op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie;
  • in welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de commissie voor advies hebben voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de welstandstoets;
  • in welke categorieën van gevallen zij tot aanschrijving op grond van artikel 19 van de Woningwet zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen het ofwel uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk of de standplaats en of zij bij of na de aanschrijving zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 26 van de Woningwet.

Artikel 7 Adviseringstermijn

  • 7.1 De commissie dan wel een gemandateerd lid is bij de beoordeling van lichte, reguliere of gefaseerde bouwaanvragen gebonden aan de in de bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van een advies.
  • 7.2 Binnen de in de bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies kan de welstandscommissie dan wel een gemandateerd lid het advies aanhouden indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper wenselijk is.

Artikel 8 Vooroverleg

  • 8.1 Voorafgaande aan de indiening van een bouwaanvraag kan vooroverleg plaatsvinden met de welstandscommissie of een door haar gemandateerd lid over de interpretatie van de welstandscriteria met betrekking tot het bouwinitiatief.
    Het vooroverleg hoeft niet in de openbare vergadering plaats te vinden.
  • 8.2 Van het vooroverleg wordt een schriftelijk verslag dan wel een advies opgesteld dat in het betreffende dossier wordt opgenomen. De commissie draagt zorg voor een consistente beoordeling in de verschillende fasen van de planontwikkeling.

Artikel 9 Openbaar vergaderen

9.1 Openbaarheid

De behandeling van bouwaanvragen door de commissie dan wel door de door haar gemandateerde leden is openbaar, tenzij de gemeente op grond van het gestelde in de Wet Openbaarheid van Bestuur gronden aanwezig acht om de behandeling besloten te doen plaatsvinden.

9.2 Agenda

De behandeling van de bouwplannen wordt op de voor de gemeente gebruikelijke wijze bekendgemaakt. Libau bericht zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de eerste dag van de week die volgt op het reguliere rayonbezoek, aan de gemeente welke plannen wanneer, waar en op welke wijze worden behandeld. De plannen worden in principe in bij de gemeente behandeld, tenzij dit om moverende redenen elders plaatsvindt. Deze informatie is tevens terug te vinden op de website van Libau.

9.3 Spreekrecht

Tijdens de vergadering van de commissie wordt de mogelijkheid geboden om plannen toe te lichten door belanghebbenden als opdrachtgevers, ontwerpers en gemeentelijke vertegenwoordigers. De voorzitter bepaalt de duur van de spreektijd die in principe beperkt is. De commissieleden krijgen de mogelijkheid tot het stellen van vragen aan de sprekers. Na beantwoording daarvan wordt de toelichtende fase afgesloten en begint de beraadslaging van de commissie waarna het advies wordt geformuleerd.

Artikel 10 Procedure

10.1 Het Gemeentelijk bouw- en woningtoezicht

Inname van bouwplannen geschiedt door het gemeentelijk bouw- en woningtoezicht. De aanvragen worden daar geselecteerd op voorlopig ontwerp, licht vergunningplichtig, regulier vergunningplichtig, regulier vergunningplichtig (gefaseerd), monumenten, bestemmingsplanprocedure en dergelijke.
Ten behoeve van de behandeling in de welstands - en/of monumentencommissie wordt nagegaan of de aanvraag de nodige gegevens en bescheiden bevat conform de AMvB “Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning” en de Bouwverordening.

10.2 De rayonarchitect

De rayonarchitect van Libau bezoekt de gemeente tenminste eens per veertien dagen. Met een vertegenwoordiger van het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht worden de ingekomen bouwplannen van de afgelopen periode doorgenomen en handelt de plannen, waarvoor de rayonarchitect is gemandateerd, af met een positief advies. Tevens wordt achtergrondinformatie ingewonnen met betrekking tot de adviesaanvragen door middel van overleg met de initiatiefnemers. Tijdens deze bijeenkomsten, die op een vast tijdstip en op een vaste plaats worden gehouden, kunnen belanghebbenden hun plannen toelichten, overleggen over reeds behandelde bouwplannen en informatie krijgen over de interpretatie van de welstandscriteria voor een bepaalde locatie of bouwwerk. Het rayonbezoek fungeert zodoende tevens als spreekuur.

Indien op een bouwplan ter plaatse niet positief kan worden geadviseerd kan worden en ook na oriëntatie ter plaatse niet tot een positief advies kan worden besloten of wanneer de afhandeling buiten het mandaat van de rayonarchitect valt, neemt de rayonarchitect het bouwplan mee ter behandeling in de commissie.
De rayonarchitect bezoekt in dat geval de betreffende locatie om nadere informatie te verkrijgen door het maken van foto’s van het ontwerp of het bestaande object, de locatie en de omgeving ten behoeve van de behandeling in de commissie en spreekt in voorkomende gevallen met de direct betrokkenen over het hoe en waarom van de aanvraag.

10.3 Kleine commissie

De kleine commissie bestaat uit tenminste twee rayonarchitecten van Libau, zijnde gemandateerde leden van de welstandscommissie.
De kleine commissie heeft als taak om:

  • Adviesaanvragen te beoordelen waarvan de mening van de commissie op grond van eerdere ervaringen bekend verondersteld kan worden;
  • Adviesaanvragen te beoordelen die in het kader van gebiedsgerichte criteria geen discussie oproepen;
  • Vervolgplannen te beoordelen die eerder door de commissie zijn behandeld;
  • Adviesaanvragen te selecteren die aan de grote commissie van externe deskundigen worden voorgelegd;
  • (voor)overleg te voeren met de aanvrager;
  • met inachtneming van de welstandscriteria de afstemming van adviezen te bevorderen. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de grote commissie van externe deskundigen.

De kleine commissie vergadert in principe eens per week.

0.4 Grote commissie

De grote commissie van externe deskundigen vergadert in de regel eens per veertien dagen, zoveel mogelijk gekoppeld aan de bezoeken van de gemeenten.

De grote commissie heeft als taak om:

  • adviesaanvragen te behandelen die door de kleine commissie zijn geselecteerd;
  • het behandelen van bouwaanvragen waarover bij de kleine commissie twijfels zijn met betrekking tot de afstemming van adviezen in de verschillende rayons;

10.5 Rooster en publicatie

Libau hanteert in principe een veertiendaagse cyclus waarbij in de eerste week alle gemeenten worden bezocht en de plannen in de tweede week worden afgehandeld. Indien de gemeente na het bezoek van de rayonarchitect aan de gemeente en op haar website de in de respectievelijke commissies te behandelen plannen bekendmaakt, kan de planafhandeling in de eerste cyclus van veertien dagen plaatsvinden. Indien een en ander in de geëigende media wordt aangekondigd, vindt afhandeling aan het eind van de tweede veertiendaagse cyclus plaats.

Artikel 11 Mandaat

11.1 Mandaat namens de welstandscommissie

  • 1. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies mandateren aan een of meer daartoe aangewezen leden. Bouwplannen waarvan volgens deze leden het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld, worden door de aangewezen leden geadviseerd.
  • 2. Licht vergunningplichtige, andere bescheiden bouwwerken en herhalingsplannen kunnen door het gemandateerde lid, tevens rayonarchitect, ter plaatse worden afgehandeld.
  • 3. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de commissie.
  • 4. Een gemandateerd lid mag over reguliere bouwvergunningaanvragen zelfstandig alleen positief adviseren.
  • 5. Negatieve adviezen steunen altijd op het oordeel van tenminste twee gemandateerde leden.
  • 6. De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.

11.2 Ambtelijk mandaat

  • 1. B & W kunnen een of meerdere ambtenaren mandateren om het welstandsoordeel te geven over licht bouwvergunningplichtige bouwwerken, waarvoor in de welstandsnota toetsingscriteria zijn gegeven.
  • 2. Plannen die van de gemandateerde ambtenaar geen positief advies krijgen, worden voorgelegd aan een gemandateerd commissielid dan wel de commissie.
  • 3. Indien er sprake is van een bijzondere situatie of dat er gerede twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de toetsingscriteria uit de welstandsnota, legt de gemandateerde ambtenaar het plan voor advies voor aan een gemandateerd commissielid dan wel de welstandscommissie.

Artikel 12 Welstandsadvies

12.1 Inhoud van het advies

Conform artikel 12 lid 1 van de Woningwet 2002 wordt in het welstandsadvies door de commissie aangegeven of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in relatie met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.

12.2 Het schriftelijk advies

Het welstandsadvies wordt altijd schriftelijk uitgebracht en is. Zowel het positieve als negatieve advies van de welstandscommissie dient deugdelijk te zijn gemotiveerd.
Ook dient het advies te worden gemotiveerd indien er sprake is van afwijking van de criteria uit de welstandsnota. De commissie geeft dan aan waarom er in dit bijzondere geval reden is om van de criteria af te wijken.
Het advies vormt de basis van elk overleg met betrokkenen. Uit oogpunt van rechtszekerheid van de betrokkenen, kunnen in een vervolgstadium geen nieuwe opmerkingen meer worden ingebracht die in een eerder stadium onderkend hadden kunnen worden, tenzij wijzigingen in het bouwplan daartoe aanleiding geven.

Het advies kent de volgende opzet, waarbij niet alle elementen in elk advies aan de orde hoeven komen :

  • - kort overzicht of verwijzingen naar eerdere fasen en adviezen in de procedure
  • - beknopt verslag van de inbreng van de planindieners
  • - vrijblijvende suggesties die de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk ten goede kunnen komen
  • - korte kenschets van de omgeving en de aard van de bouwactiviteit
  • - verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste welstandscriteria
  • - het feitelijke advies, waarbij achtereenvolgens de situatie, de hoofdvorm, de architectonische uitwerking, de detaillering, kleuren en materialen aan de orde kunnen komen.

12.3 Uitkomst van advies

Het welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:

1. voldoet

De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; er kunnen vrijblijvende suggesties worden gedaan die de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk ten goede kunnen komen.

2. voldoet mits

De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria op een aantal punten in strijd is met redelijke eisen van welstand, tenzij de geformuleerde bezwaren worden ondervangen. In het advies wordt aangegeven of de commissie de gekozen aanpassingen nog wil beoordelen of dat deze door Bouw- en Woningtoezicht kunnen worden afgedaan.

3. voldoet niet

De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het plan behoeft een ingrijpende wijziging in uitwerking of uitgangspunten om aan redelijke eisen van welstand te voldoen.

4. aanhouden

De commissie kan het advies aanhouden wanneer zij meer informatie of toelichting noodzakelijk acht om tot een adequate beoordeling te kunnen komen. Een en ander in overleg met Bouw- en Woningtoezicht in verband met de wettelijke termijnen.

12.4 Toelichting op het advies

De planindieners kunnen te allen tijde verzoeken om een toelichting op het advies. In eerste instantie is het gemeentelijke spreekuur tijdens het rayonbezoek daartoe het meest aangewezen. Wanneer dit naar het oordeel van de initiatiefnemers niet volstaat, kan men uiteraard ook bij de commissie terecht.

12.5 “Second opinion”

Alvorens bij derden een second opinion in te winnen, bieden B&W eerst de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies, waarbij wordt aangegeven op welke punten naar de mening van B&W de houdbaarheid van het advies mogelijk in het geding is. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd wordt dit ter kennis gebracht van de commissie. Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een elders in Nederland functionerende welstandscommissie. De gemeente neemt daartoe contact op met de Federatie Welstand.

Artikel 13 Uitvoering door B&W

  • 13.1 B&W hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel, zoals dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen welstandscriteria.
  • 13.2 B&W volgen in principe het advies van de welstandscommissie; zij kunnen van dit advies afwijken :
    • a- op inhoudelijke gronden, omdat zij van mening is dat de commissie de criteria niet juist heeft toegepast of geïnterpreteerd, of niet de juiste criteria heeft toegepast, of omdat zij op inhoudelijke gronden tot een ander oordeel komt dan de commissie.
      In dat geval volgt zij de procedure als beschreven onder “second opinion”.
    • b- om zwaarwegende andere redenen, omdat het plan weliswaar strijdig wordt geacht met redelijke eisen van welstand, maar dat op grond van artikel 44 lid d van de Woningwet 2002 B&W bouwvergunning kunnen verlenen op grond van zwaarwegende redenen van bijvoorbeeld economische of maatschappelijke aard.
  • 13.3 B&W kunnen ook afwijken van de welstandscriteria indien bouwplannen niet voldoen aan de in de welstandsnota genoemde gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria, maar wel aan de algemene criteria en indien de architectonische en ruimtelijke kwaliteiten niettemin in bijzondere mate bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De afwijking geschiedt op grond van een daartoe strekkend gemotiveerd advies van de welstandscommissie.
Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven