Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie Lees voor

U bent hier: Regelingen » Beloningsreglement » 01-01-2016

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

beloningsreglement

Geconsolideerde versie, geldig vanaf 01-01-2016.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling beloningsreglement
Citeertitel beloningsreglement
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp personeel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), art. 3:1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2016 Omschrijving Paragraaf 1, Paragraaf 2, Paragraaf 3, Paragraaf 4, Paragraaf 5, Paragraaf 6, Paragraaf 7, Paragraaf 8, Paragraaf 9 en Paragraaf 10 17-11-2015
Gemeenteblad, nr. 119336, 11-12-2015 externe site
BW, 17-11-2015, nr. 9
30-09-2010 Paragraaf 2 sub 2.1 onder b, paragraaf 6 sub 2.2 en paragraaf 9 sub 2 13-09-2010
De Kanaalstreek, 22-09-2010
BW, 13-09-2010, nr. 8
17-02-1998 01-01-1998 nieuwe regeling 17-02-1998
Geen
BW, 25-10-1994,

Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;

gelet op de verkregen overeenstemming in de commissie voor georganiseerd overleg;

gelet op hoofdstuk 3 van de collectieve arbeidsvoorwaarden regeling van de gemeente Stadskanaal en op de bezoldigingsregeling;

besluiten:

  • a. vast te stellen het volgende "beloningsreglement";
  • b. in te trekken het beloningsreglement van 25 oktober 1994.

PARAGRAAF 1.

Begripsomschrijving.

Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van de CAR-UWO.

PARAGRAAF 2.

TWEESCHALENSTELSEL.

1. Toekenningsgrond.

Hoofdstuk 3 van de CAR-UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 AANLOOPSCHAAL.
    Salariëring vanuit de aanloopschaal vindt plaats wanneer de ambtenaar:
    • a. niet elders een soortgelijke functie heeft vervuld;
    • b. een voor hem nieuwe functie binnen de ambtelijke organisatie aanvaardt;
    • c. bij aanstelling over onvoldoende ervaring en opleiding beschikt;
    • d. de functie nog niet volledig of nog niet op een voldoende wijze vervult, hetgeen moet blijken uit een beoordeling.
  • 2.2 FUNCTIESCHAAL.
    • 1. Salariëring vanuit de functieschaal vindt plaats wanneer de ambtenaar:
      • a. beschikt over voldoende opleiding en ervaring;
      • b. de functie volledig en tenminste op een voldoende wijze vervult, hetgeen moet blijken uit een beoordeling.
    • 2. De mogelijkheid van salariëring vanuit de functieschaal moet in elk geval worden beoordeeld indien de ambtenaar een functie bekleedt op het niveau van:
      • hoofdgroep I en 6 maanden in de aanloopschaal is ingedeeld;
      • hoofdgroep II en 1 jaar in de aanloopschaal is ingedeeld;
      • hoofdgroep III en 2 jaren in de aanloopschaal is ingedeeld;
      • hoofdgroep IV en 2 jaren in de aanloopschaal is ingedeeld;
      • hoofdgroep V en 2 jaren in de aanloopschaal is ingedeeld.

PARAGRAAF 3.

PERIODIEKE VERHOGING.

1. Toekenningsgrond.

Artikel 3:4 van de CAR-UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 De periodieke verhoging wordt jaarlijks per 1 januari toegekend zolang het maximum van de salarisschaal nog niet is bereikt en wanneer de ambtenaar zijn functie op tenminste voldoende wijze vervult.
    Aan de ambtenaar die een jeugdsalaris ontvangt, wordt de verhoging toegekend met ingang van de maand waarin zijn verjaardag valt.
  • 2.2 Het tijdstip waarop de onder 2.1 bedoelde verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd.
  • 2.3 Wordt een periodieke verhoging niet toegekend dan dient hieraan een beoordeling ten grondslag te liggen, waaruit blijkt dat de ambtenaar op een onvoldoende wijze heeft gefunctioneerd.

PARAGRAAF 4.

EXTRA PERIODIEKE VERHOGING.

1. Toekenningsgrond.

Artikel 3:4 van de CAR-UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 Een extra periodieke verhoging kan worden toegekend indien uit een beoordeling blijkt, dat de ambtenaar structureel blijk geeft van een uitstekende functievervulling en hij het maximum van de salarisschaal nog niet heeft bereikt.
  • 2.2 De extra periodieke verhoging wordt toegekend met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de datum van toekenning.
  • 2.3 Per ambtenaar kunnen binnen de voor hem geldende salarisschaal niet meer dan twee extra periodieke verhogingen worden toegekend.
  • 2.4 Een maatregel als bedoeld onder 2.3 kan niet meer dan één keer per twee jaren op dezelfde ambtenaar worden toegepast.

PARAGRAAF 5.

UITLOOPPERIODIEKEN.

1. Toekenningsgrond.

Artikel 3:7 van de CAR-UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 De eerste twee uitloopperiodieken worden toegekend indien uit de beoordeling over het jaar direct voorafgaand aan de datum van toekenning blijkt, dat de ambtenaar tenminste op een goede wijze heeft gefunctioneerd.
  • De derde uitloopperiodiek wordt toegekend indien uit beoordelingen over twee jaar direct voorafgaand aan de datum van toekenning blijkt, dat de ambtenaar op een uitstekende wijze heeft gefunctioneerd.
  • 2.2 De uitloopperiodieken worden met in achteneming van het bepaalde in 2.1 toegekend nadat de ambtenaar respectievelijk 2, 4 en 6 jaar het maximumbedrag van de voor hem geldende functieschaal heeft genoten.
    [ 'inachteneming' moet zijn 'inachtneming' ]

PARAGRAAF 6.

GRATIFICATIE.

1. Toekenningsgrond.

Artikel 3:20 van de CAR-UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 Een gratificatie kan worden toegekend aan een ambtenaar die blijkens een gemotiveerde voordracht een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd.
  • 2.2 De gratificatie bedraagt minimaal € 125,00 en maximaal € 500,00 netto en wordt toegekend door de manager/directie.

PARAGRAAF 7.

Inpassing bij toekenning van een hogere schaal

1. Toekenningsgrond.

Artikel 3:6 van de CAR/UWO

2. Voorwaarden.

  • 2.1 De ambtenaar voor wie een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt ingeschaald op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. Het salarisverschil dient in ieder geval 75% te bedragen van het salarisverschil dat de ambtenaar zou hebben ontvangen bij een periodieke verhoging in zijn oude schaal. Indien het salarisverschil geen 75% is, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingedeeld op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.
  • 2.2 Wanneer de ambtenaar in zijn oude schaal het maximumsalaris ontvangt, wordt voor de berekening als bedoeld in lid 1, onder periodieke verhoging verstaan: het verschil tussen periodiek 10 en 11 van de oude schaal.

PARAGRAAF 8.

BESLUITVORMING.

  • 1. Burgemeester en Wethouders beslissen over de toepassing van de in dit reglement genoemde beloningsinstrumenten tenzij anders is bepaald.
  • 2. Voorstellen tot toepassing worden door de manager/directie gericht aan burgemeester en wethouders zo nodig onder bijvoeging van een over de ambtenaar uitgebrachte beoordeling.
  • 3. Burgemeester en wethouders stellen over de wijze van beoordeling nadere regels vast.

PARAGRAAF 9.

INWERKINGTREDING.

Dit reglement treedt onder intrekking van het reglement van 25 oktober 1994 in werking op 1 januari 1998.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 februari 1998.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

De secretaris, De burgemeester,

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven